|
fractie . VL+
@VL+, nr. 89
Debat over de budgettaire gevolgen van een nieuwe staatshervorming en de schuldproblematiek blijft weinig relevant zolang Franstaligen geen kleur bekennen en er amper een gemeenschappelijke strategie is aan Vlaamse kant !
De plenaire vergadering van het Vlaams Parlement werd deze week gedomineerd door een actualiteitsdebat over de mogelijke gedeeltelijke overname van de federale staatsschuld door Vlaanderen en de nota (“paper”) van het Planbureau betreffende de budgettaire gevolgen van een nieuwe staatshervorming Vlaams Volksvertegenwoordiger Joris Van Hauthem merkte vooreerst op dat alhoewel de onderhandelingen over de staatshervorming zogezegd “in een eindfase” zouden zitten, het bijzonder rustig is aan Franstalige kant terwijl men aan Vlaamse kant in verdeelde slagorde naar buiten komt met allerlei nieuwe ideeën. : “Van enige strategie of visie is aan Vlaamse kant weinig of niets te bespeuren. Men kakelt er maar op los en iedereen is de ander al de schuld aan het geven van de mislukking die in de sterren geschreven staan. Aan Vlaamse kant is er geen orkest, laat staan dat er een dirigent of een partituur zou zijn.”.
Van Hauthem stelde dat de Minister-President maandenlang geen dirigent wilde zijn en de voorbije dagen nu plotseling op een bijzonder amechtige manier trachtte de Vlaamse partijen terug op één lijn te krijgen en dit onder de vlag van de Octopusnota (communautair luik van het Vlaams Regeerakkoord). De Minister-President sprak zich hierbij ook uit tegen een opmerkelijke visie uit de “paper” van het Planbureau, met name de 80/20 verhouding waarbij bij de overdracht van bevoegdheden maar 80 % van de middelen zouden meekomen. Een van de voorstellen is om bij de overdracht van bevoegdheden maar 80 procent van de middelen over te hevelen. !
Enkele dagen later doorkruiste Vlaams Minister van Begroting Philippe Muyters echter al de opstelling van Peeters middels een nogal warrig interview in het weekblad “Knack”. Joris Van Hauthem : “ Hij zegt vandaag in de Knack, onder de veelzeggende titel ‘Elke dag doet de N-VA water bij de wijn’: “In die zin kan het ook wel dat bij een bevoegdheidsoverdracht niet 100 procent van het budget meegaat.” Wat is het nu, minister-president? Een paar weken geleden zegt u nog dat de middelen moeten meekomen, het Planbureau spreekt over 80 in plaats van 90 procent en minister Muyters schijnt in die richting mee te stappen. Kunt u mij het standpunt van de Vlaamse Regering meedelen? Het is ook daar verwarring troef. ”. Tegelijkertijd laat het Planbureau ook uitschijnen om de federale staatsschuld gedeeltelijk te splitsen waarover Minister Muyters zegt dat hij hier over wil “nadenken”. Joris Van Hauthem : “In een scenario van boedelscheiding is dat uiteraard aan de orde. Uiteraard. Maar het verhaal dat Minister Muyters ophangt, heeft niets te maken met het overhevelen van een deel van de staatsschuld. Dat gaat over het feit dat het federale niveau een migratiebeleid voert waarbij wij de budgettaire consequenties moeten verwerken, ook ten aanzien van tewerkstelling. Dat heeft niets te maken met het eigenlijke, al dan niet gedeeltelijke, splitsen van de staatsschuld! Dat heeft niets te maken met het overhevelen van een deel van de 345 miljard euro federale staatsschuld. Dat begrijp ik evenmin goed. Ik zou graag enige duidelijkheid krijgen in plaats van een warrig discours van uw minister van Begroting. ”.
Minister-President Peeters en Minister Muyters antwoordden dat Vlaanderen effectief bereid is om bij te dragen aan de houdbaarheid en de stabilisatie van de totale federale overheidsfinanciën maar wel onder voorwaarden en dus niet om op het even welke manier. Er moet met name voldoende fiscale autonomie en capaciteit bij de regio’s zijn en er moet ook gelijkwaardigheid zijn tussen de regio’s. De Waalse en Brusselse regeringen hebben immers nog steeds geen begroting in evenwicht. Tenslotte wil men ook een structurele uitweg op lange termijn waarbij dan te praten valt over een bijdrage tot de vergrijzingskosten (ondermeer grotere bijdrage van Vlaanderen in de pensioenen van haar ambtenaren op voorwaarde dat Vlaanderen ook inspraak krijgt over het pensioenstelsel).
M.b.t. de schuld stelde Minister-President Peeters de oprichting van een gemeenschappelijk schuldagentschap voor waarbij de deelstaten gezamenlijk en hoofdelijk aansprakelijk zouden worden gehouden voor een deel van de rijksschuld en waarbij zou worden tegemoet gekomen aan de problematiek van de internationale markten en het leveren van een bijdrage aan de rentelast.
Joris Van Hauthem besloot : “Het geld is altijd het glijmiddel geweest om welke staatshervorming dan ook erdoor te krijgen. Maar het geld is nu op. Het bestaat niet meer als glijmiddel om wat dan ook te doen. Dat maakt het des te moeilijker aangezien men aan de andere kant van de taalgrens absoluut niet zit te springen voor bijkomende bevoegdheden, tenzij misschien hier en daar op kleine detailkwesties. Maar men zit daar in elk geval niet te springen voor een grote staatshervorming, hoe groot die ook moge zijn. Ik hoor hier elke week spreken over een grote staatshervorming, maar niemand kan op de duur zeggen hoe groot of hoe klein zij moet zijn. Men zit daar ook niet te wachten op uw copernicaanse omwenteling. Dat is een ernstig probleem. Men kan niet meer aan de Financieringswet raken zonder dat men zal bloeden. We zullen allemaal moeten bloeden. Alleen is het de vraag wie het meest zal bloeden. En het kan niet zijn dat diegenen die deze inspanning al hebben geleverd, een tweede keer zullen moeten bloeden. Minister-president, ik blijf het erg en een beetje zielig vinden dat u negen maanden na datum het bos uit moet komen lopen om te zeggen dat er zoiets is als een Octopusnota. U moest blijkbaar diegenen die hier en daar aan het hollen waren, opnieuw bij de les krijgen. Anders zou u dat niet zo uitdrukkelijk hebben gedaan. Maar u antwoordt niet op de vraag hoe u dat denkt te realiseren. Wij hebben u gesuggereerd, en doen dat vandaag nog eens, of het niet beter zou zijn om van deelstaat tot deelstaat of van deelregering tot deelregering te spreken. U zegt – zeer terecht, ik moet u daarin gelijk geven – dat u dat hebt geprobeerd en dat dat niet lukte. Kunt u mij zeggen wat er wel nog zal lukken? De partijen zitten op federaal vlak al 9 maanden samen. Het lukt niet. Van de andere suggestie, van deelstaat tot deelstaat, hebt u de ervaring dat het niet gaat. Minister-president, ik denk niet dat er nog 35 mogelijkheden zijn. Het is niet omdat u het zo graag hebt, maar gewoon vanuit die loutere vaststelling dat ik u zeg dat het niet slecht zou zijn als de Vlaamse Regering eindelijk eens die conclusie zou trekken en dat zij tot de andere kant van de taalgrens zou zeggen dat er maar één mogelijkheid overblijft. Aan u de keuze. “.
Tekort aan personeel in de zorgsector wordt onhoudbaar : Vlaams Belang wil dat Vlaamse Regering budgettaire inspanningen levert !
Het personeelstekort in de Vlaamse zorgsector is bijzonder verontrustend. Studies geven ook aan dat we tegen 2014 in totaal 120.000 nieuwe werkkrachten moeten hebben in die zorgsector. Dat komt omdat 60.000 werkkrachten met pensioen zullen gaan en dus zullen uitstromen, maar ook door de toenemende vergrijzing en verzilvering. Om die op te vangen, zijn er nogmaals 60.000 werkkrachten nodig. De non-profitsector trok deze week nogmaals aan de alarmbel.
Vlaams Volksvertegenwoordigster Marijke Dillen schetste de verzuchtingen van de sector : “Er is nog altijd geen sociaal akkoord. Enkele weken geleden heeft de Vlaamse Regering een onderhandelingskader aangereikt dat echter even snel werd afgeschoten, zowel door werknemers als door werkgevers. Het gaf niet voldoende uitzicht op verbetering. Een van de concrete eisen is een verbetering van de koopkracht, meer bepaald een correcte verloning van overuren, weekendwerk, nachtwerk, onregelmatige werktijden, alsook een volwaardige dertiende maand.
Een andere eis is een verbetering van de kwaliteit. Het gaat dan over het mogelijk maken van een betere combinatie van gezin en arbeid. Zo zouden die werknemers de mogelijkheid moeten krijgen om gebruik te maken van hun recht op sociaal verlof, hun recht op ouderschapsverlof, het nemen van meer dan één week tijdens de grote vakantie enzovoort. Een volgende eis is meer personeel, op de meeste plaatsen omwille van de werkdruk. “.
Marijke Dillen beklemtoonde dat dit geenszins overdreven eisen waren maar terechte verzuchtingen van de sector : “Vorig jaar werd door de Vlaamse Regering een Actieplan aangekondigd met de mooie titel ‘Werk maken van werk in de zorgsector’. De bedoeling is heel de zorgsector een boost te geven en die sector aantrekkelijk te maken, ook voor het personeel. Mijn vraag is dan ook heel concreet, minister. Welke initiatieven zult u nemen om ervoor te zorgen dat aan deze terechte verzuchtingen van de sector wordt tegemoetgekomen? U moet ervoor zorgen dat er voldoende financiële middelen worden vrijgemaakt binnen uw begroting om daaraan tegemoet te kunnen komen. Elke Vlaming zal immers vroeg of laat worden geconfronteerd met deze sector, of we dat nu willen of niet. ”.
Minister Vandeurzen antwoordde dat hij volop bezig was met de coördinatie van het actieplan waarbij vooral zou gefocust worden op de laatstejaarsstudenten van het middelbaar onderwijs. In het academiejaar 2011-2012 willen men dan naar een veelheid van specifieke doelgroepen werken: de mannen, de allochtone gemeenschap, de zij-instromers enzovoort. Daarnaast zijn er via het werkgelegenheids- en investeringsplan trajecten van de VDAB met extra opleidingen. Vandeurzen onderstreepte wel dat men eerst de eigen Vlaamsearbeidsmarktreserve verder wil activeren vooraleer buitenlandse werknemers aan te trekken.
Marijke Dillen kon vaststellen dat de Minister vrij vaag bleef over de onderhandelingen voor een sociaal akkoord : “Wat de pogingen betreft om tot de ViA-akkoorden te komen, begrijp ik goed dat er sinds het onderhandelingskader van de Vlaamse Regering eind vorig jaar is afgeschoten geen echt concrete stappen zijn gezet. U hebt wel gezegd dat er achter de schermen is gewerkt. Heel veel concrete zaken zijn er echter niet bereikt. Dat heb ik althans uit uw antwoord mogen afleiden.
Minister, ik doe dan ook een oproep om zo snel mogelijk met deze sector aan tafel te gaan zitten. De actie van gisteren was heel braaf. Ze beperkte zich tot het gooien van schoenen naar kartonnen portretten van een aantal beleidsverantwoordelijken, zoals de minister-president en u. We moeten ervoor zorgen dat dat niet ontaardt in een echte witte woede, zoals een aantal jaar geleden. Deze sector is bijzonder belangrijk voor alle Vlamingen. Ze verdient dan ook veel respect. Overtuig uw collega-ministers om hiervoor meer dan voldoende financiële middelen vrij te maken. ”. Minister Vandeurzen stak echter opnieuw de paraplu op en vond dat een groot deel van het debat over zorgberoepen zich in de federale context situeerde waarbij de context van een regering in lopende zaken moest worden in ogenschouw genomen….
|