|
fractie . VL+
@VL+, nr. 69
Vlaamse Regering blijft andermaal aan de kant staan en weigert een voortrekkersrol te spelen bij de verwachte onderhandelingen over de staatshervorming !
Het resultaat van de federale verkiezingen van 13 juni 2010 brengt zich mee dat één van de Vlaamse coalitiepartners – in casu de N-VA – een veel sterkere rol kan spelen in de Vlaamse Regering. Fractievoorzitter Filip Dewinter ondervroeg Minister-President Peeters tijdens de plenaire vergadering bijgevolg over de betrokkenheid en de te hanteren strategie van de Vlaamse Regering bij de noodzakelijke onderhandelingen over de staatshervorming.
Het Vlaams Regeerakkoord van juli 2009 is immers duidelijk want het bevat een bijlage, de zgn. “Octopusnota” die eigenlijk de communautaire eisenbundel uitmaakt van de Vlaamse Regering. Bovendien zou de Vlaamse Regering – conform haar regeerakkoord – de noodzakelijke staatshervorming agenderen op het Overlegcomité en daar peilen naar de bereidwilligheid van de Franstaligen om tot een akkoord te komen. De inhoud van de Octopusnota vormt tegelijkertijd de basis voor de door de Minister-President nagestreefde “copernicaanse omwenteling” waarbij het soortelijk gewicht van de deelstaten in België niet alleen zou toenemen maar doorslaggevend zou worden.
Minister-President Peeters beperkte zich in zijn antwoord tot de mededeling dat de federale verkiezingen wat hem betreft geen impact hebben op het Vlaamse Regeerakkoord en de Vlaamse coalitie. Hij hoopte enkel maximaal te kunnen samenwerken met de federale en dat mochten er communautaire akkoorden worden afgesloten over de staatshervorming en er bevoegdheden naar Vlaanderen zouden komen, al of niet met een financiële impact, de Vlaamse Regering daar dan over zou discussiëren en daar dan een standpunt over zou innemen. Hierbij zou eventueel een addendum aan het Vlaams Regeerakkoord worden toegevoegd. Peeters bevestigde tegelijkertijd dat de zgn. Octopusnota het “denk- en toetsingskader” bleef waarmee de Vlaamse Regering de staatshervorming zou benaderen. Pas als er federaal duidelijkheid is over de methodologie van de staatshervorming, over de bereidwilligheid, over de doelstellingen en de bevoegdheden zal de Vlaamse Regering hierover discussiëren in het Overlegcomité.
Filip Dewinter moest andermaal vaststellen dat dit antwoord “minimalistisch” bleef : “Dit is nochtans een cruciaal moment, waarbij de Vlaamse Regering wel degelijk een voortrekkersrol zou kunnen spelen en wegen op de onderhandelingen. Als u zich beperkt tot de mededeling dat de Octopusnota – die meer is dan de vijf Vlaamse resoluties, als ik u daar toch even op mag wijzen – alleen maar een toetssteen is, die uiteraard pas nadien zal worden gehanteerd, dan lijkt me dat een slag in het water. U moet nu durven te ageren. U moet dat Vlaamse front gestalte durven te geven, op basis van die resoluties, van dat Octopusakkoord, en de lat niet te laag leggen, integendeel. Ik heb de indruk dat u nu al aan het terugkrabbelen bent, dat u weigert een actieve rol te spelen, dat u weigert een voortrekker te zijn in het debat over de staatshervorming. Ik meen nochtans dat de Vlaamse Regering, en zeker de minister-president, in dezen een cruciale rol te spelen heeft.”. Het Vlaams Belang wil – ook na de mislukte gemeenschapsdialoog van eind 2008 – dat de Vlaamse Regering een proactieve rol speelt en geen reactieve !
“Experten” in de culturele beoordelingscommissies bedienen al te veel zichzelf !
Het Vlaams cultuurbeleid wordt door allerlei cultuursociologen al jarenlang onder de loep genomen. Vlaams Volksvertegenwoordiger Erik Arckens ondervroeg n.a.v. een binnenkort te verschijnen boek van Prof.G.De Meyer over o.a. het systeem en samenstelling van de beoordelingscommissies die de minister adviseren m.b.t. het subsidiëringsbeleid in het kader van het kunstendecreet en het Vlaams cultuurbeleid in zijn algemeenheid. Erik Arckens : “Ik heb in de loop van de vorige legislatuur verschillende malen verklaard dat de samenstelling van de beoordelingscommissies aberrant is. Hoewel de minister die adviezen met betrekking tot alle kunstdisciplines uiteindelijk niet hoeft te volgen, doet ze dit regelmatig. Er is in elk geval sprake van een belangenvermenging omdat leden van deze beoordelingscommissies tegelijkertijd actief zijn in de voor subsidie in aanmerking komende organisaties, gezelschappen, enz…. De toneelgezelschappen en dergelijke kennen zichzelf dus geld toe.”. Minister Schauvliege antwoordde dat ze van plan is deze beoordelingscommissies te “herschikken” waarbij aan deze commissies mensen zouden worden toegevoegd met een ruimere expertise dan de specifiek te behandelen materie. Ze ontkende echter dat deze commissies ten allen tijde uit dezelfde mensen bestaan en dat niemand uitspraken over zijn eigen dossier moest doen, m.a.w. dat deze leden dan de vergadering verlaten en niet deelnemen aan de beraadslagingen.
Erik Arckens vond dit een stap vooruit maar niet voldoende : “ Minister, u bent al op de goede weg. U moet echter nog verder evolueren. U hebt nog minstens 4 jaar tijd. In elk geval gaat u nog niet ver genoeg. Die wereld is totaal verziekt. Ik heb de thematiek al eens tijdens een commissievergadering geschetst. U kent de situatie van BAFF/Raamtheater maar al te goed. Die mensen zijn zelf van mening dat de beoordelingscommissie voor toneel zo zeer verrot is dat ze enkel nog contact met het experimenteel gedoe heeft. Niemand in die commissie heeft nog enige voeling met het repertoiretheater. Vroeger zat Bob De Moor van sp.a in deze commissie. Die man had nog een bepaalde voeling. De rest heeft hier geen enkele voeling meer mee.”.
De minister bleef erbij dat in de beoordelingscommissies altijd mensen uit de sector zouden moeten zitten vanuit hun specifieke expertise. Erik Arckens besloot met een kenschetsend voorbeeld hoezeer het cultuursubsidiebeleid van de Vlaamse Gemeenschap de voorbije jaren is ontspoord : “ Professor Gust De Meyer geeft een aantal voorbeelden. Voorzitter, Jan Fabre gaat er in Dag Allemaal – en ik ben benieuwd wat er allemaal in het boek staat – prat op dat hij zijn kunstwerk voor 500.000 euro verkoopt, en dat hij ondertussen ook nog subsidies krijgt van de Vlaamse Gemeenschap. Dat is een schande, punt aan de lijn!”.
|