|
fractie . VL+
@VL+, nr. 67
Minister Bourgeois spuit mist over het inperken van de provinciale bevoegdheden !
Vlaams Volksvertegenwoordiger Joris Van Hauthem hekelde tijdens een actualiteitsdebat over een aantal aspecten van de zgn. “interne staatshervorming” het bochtenwerk van Minister van Binnenlandse Aangelegenheden Bourgeois i.v.m. de toekomst van het provinciale bestuursniveau.
Waar Bourgeois in het Vlaams Regeerakkoord nog liet opnemen dat er zou gestreefd worden naar maximum 2 bestuursniveaus voor maximum twee bestuursniveaus per beleidssector en/of beleidsproces en dat het overbevolkte “bestuurlijk middenveld” zou worden gesaneerd, maakte hij de voorbije maanden – vooral onder druk van CD&V en SP.A. – een flinke bocht. De minister had in zijn Beleidsnota Binnenlands Bestuur 2009-2013 nog duidelijk stelling genomen tegen de huidige “open taakstelling” van het provinciale beleidsniveau en gepleit voor een sluitende lijst van zgn. “grondgebonden” bevoegdheden voor de provincies. Maar enkele maanden geleden nam de minister al een flinke bocht en stelde dat over de gemeenschapsgebonden bevoegdheden enkel een “denkoefening” moest gebeuren en dat zou worden rekening gehouden met de historisch gegroeide verworvenheden. Bovendien had hij ook oren naar “maatwerk” waarbij zelfs de provinciale bevoegdheden voor elke provincie anders zouden kunnen worden ingevuld. Joris Van Hauthem becommentarieerde de bocht van de minister als volgt : “Het is duidelijk dat CD&V heeft laten weten dat aan de provincies niet mag worden geraakt. Zelfs de inperking van een aantal bevoegdheden volgens het principe van de grondgebonden materies gaat voor CD&V al te ver. Hier komt de politiek natuurlijk om de hoek kijken. We weten dat het hier om machtsbastions gaat. Niemand wil zijn machtsbastions afgeven.”.
Tegelijkertijd stelde Van Hauthem vast dat de minister met zijn beslissing om de vrijwillige fusies van gemeenten financieel te stimuleren de kar vóór het paard spande : “De minister heeft ons een tijdpad gegeven. We zullen de concrete invulling in de commissie verder bekijken. Het verwondert me evenwel dat nu al beslissingen over de vrijwillige fusies van gemeenten worden genomen. Die beslissingen hebben financiële gevolgen. Volgens mij werkt de minister hier in een omgekeerde volgorde. Eerst gaat men aan de gemeenten zeggen wat de financiële bonus is als ze fusioneren. Maar hoe dat dan eventueel moet gebeuren, daar moet nog even een Fusiedecreet voor worden uitgewerkt. U werkt nu dus nog aan een uitvoeringsdecreet van het Gemeentedecreet, als ik het zo mag noemen, in uitvoering van de bepaling dat men vrijwillig kan fuseren indien men dat zou willen. Maar de financiën zijn er wel al. Dat is toch de omgekeerde wereld?
Het zou toch niet onlogisch zijn dat u eerst met een ontwerp van decreet naar dit parlement komt waarin staat hoe en volgens welke modaliteiten gemeenten kunnen fuseren of defuseren, en dan pas met de financiële consequenties – of in dit geval: financiële bonussen – zou komen. Nu hangt u de financiële bonus als wortel voor de neus, maar als gemeenten dat dan ook doen, zegt u: wacht even, ik moet nog met een decreet komen dat uitvoering geeft aan dat principe.”.
Het was Van Hauthem tenslotte opgevallen dat Bourgeois’ voorafname op de globale visie van de Vlaamse Regering m.b.t. de interne staatshervorming de CD&V er toe aanzette om ook hier Bourgeois’ ambities onmiddellijk te temperen : “Waar u voor de provincies een beperkte rol had voorzien, bent u al teruggefloten door CD&V. Voorlopig hebben we nog het raden naar wat u gaat doen met betrekking tot de intermediaire structuren. CD&V is hier heel duidelijk komen zeggen dat zij tegen verplichte fusies zijn. Als dat uw piste zou zijn, dat u gemeenten met een grotere slagkracht en dus met een groter aantal inwoners moet hebben, zult u dat nooit op vrijwillige kunnen doen. Maar de gemeenten zijn nu eenmaal de machtsbastions van CD&V, en zelfs u mag daar niet aan raken.”.
Systeem van groenestroomcertificaten leidt uiteindelijk tot een stijging van de elektriciteitsfactuur !
De voorbije dagen kwam nog eens pijnlijk aan het licht dat de door de Vlaamse overheid zwaar ondersteunde “groene” stroom wel degelijk een grote kostprijs heeft.
Iemand die zonnepanelen plaatst, krijgt een groenestroomcertificaat per 1000 kilowattuur groene stroom die opgewekt wordt. Dit groenestroomcertificaat wordt doorverkocht aan de distributienetbeheerders die dat certificaat op hun beurt doorverkopen aan leveranciers zodat zij kunnen tegemoetkomen aan de certificatenverplichting. Probleem is nu dat in het huidige systeem de waarde van het certificaat niet nauw genoeg meer aansluit bij de effectieve meerkost van het opwekken van groene stroom ! Distributienetbeheerder Eandis heeft berekend dat het succes van de zonnepanelen voor hen voor de periode 2009-2012 een extra uitgave van 300 miljoen euro betekent. Dat bedrag willen zij nu recupereren door de stroomfactuur met 20 percent duurder te maken. Hiervoor willen zij toelating vragen aan de Federale Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG).
Vlaams Volksvertegenwoordiger Jan Penris beklemtoonde tijdens het actualiteitsdebat over deze problematiek dat het huidige certificatensysteem zo snel mogelijk dient te worden geëvalueerd en bijgestuurd. Tegelijkertijd is er nog steeds de gebrekkige bevoegdheidsverdeling m.b.t. energie. Vlaanderen is momenteel bevoegd voor de distributienetten, terwijl de federale overheid dat voor de tarieven is. Er is geen duidelijk zicht op de kostenstructuur. Wanneer de bevoegdheden worden gekoppeld, kan de VREG zowel inhoudelijk als op vlak van de prijs een degelijke evaluatie maken. Bovendien zou Vlaanderen Electrabel dan kunnen verplichten meer te investeren in groenestroomproductie. Electrabel koopt nu immers wel de certificaten op de markt aan tegen 110 euro, waardoor de verplichting omtrent het quotum groene stroom behaald wordt, maar de Vlaamse consument draait op deze manier op voor de verplichtingen van Electrabel die alle winst naar Frankrijk laat vloeien. Maar Jan Penris ging ook verder en legde zonder verpinken de vinger op de wonde : “We kunnen er misschien ideologisch blij over zijn dat we groene en schone energie aan het gebruiken zijn, want het sust ons groene geweten. (…) In allerhande commissies wordt echter steeds gesteld dat onze energierekeningen betaalbaar moeten blijven en dat we niet willen dat de zwaksten in onze samenleving worden geconfronteerd met onbetaalbare rekeningen. Daar hebben we steeds de mond van vol, maar laten we daar met zijn allen dan iets aan doen. Vandaag stellen we echter vast dat, omdat de gedwongen invoering van die schone groene energie niet marktconform is geweest, aan onze klanten een meerkost moet worden aangerekend die sociaal onrechtvaardig en totaal onaanvaardbaar is. Het zijn de betere bourgeois-bohemiens in de steden en de groene rand die zich zonnepanelen kunnen veroorloven en zo nog mooie extra winsten genereren. Het is de man in de straat, die het al moeilijk heeft, die op het einde van de rit de rekening van dit mooie verhaal moet betalen. Het kan niet zijn dat de consument moet blijven meebetalen aan de productietechnologie die vandaag dubbel zo rendabel is geworden. Daar draait het allemaal om.”.
|