|
fractie . VL+
@VL+, nr. 66
Vlaamse Regering en Minister-President Peeters geven andermaal niet thuis over het dossier B-H-V !
Vlaams Volksvertegenwoordiger en Gemeenschapssenator Joris Van Hauthem ondervroeg Minister-President Peeters opnieuw over de passiviteit van de Vlaamse Regering t.o.v. het dossier B-H-V, nochtans onderdeel van de Vlaamse Regeerakkoorden sinds 1999 : “Minister-president, vorige week hebben wij u inderdaad verweten dat u gezwegen hebt. U zwijgt al maanden. Vandaag weten we dat er een federale verkiezing komt zonder een gesplitste kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, wat niet alleen in 1999 maar ook in 2004 en zelfs in 2009 in het regeerakkoord van de diverse Vlaamse regeringen stond. Wij hebben u verweten dat u nooit hebt willen wegen op de politieke besluitvorming omdat het zogezegd een federale aangelegenheid is, maar het staat wel in uw regeerakkoord.”. Ondertussen is duidelijk geworden dat de Franstaligen in de Kamer de alarmbelprocedure hebben ingezet waardoor de agendering van en de stemming over de Vlaamse splitsingsvoorstellen onmogelijk werd gemaakt.
Joris Van Hauthem vond dat het dan ook dat er absoluut vanwege de Vlaamse Regering een niet mist te verstaan politiek signaal moest komen : “ U kunt bijvoorbeeld alle interministeriële conferenties opschorten of niet meer naar het Overlegcomité gaan. Deze namiddag staat er op de agenda van onze plenaire vergadering een gemengd verdrag dat de Belgische staat heeft afgesloten ter goedkeuring. We kunnen dat niet goedkeuren, we kunnen zeggen: we doen niet meer mee. U hebt tal van mogelijkheden om aan uw Franstalige collega’s en aan de Franstalige partijen als minister-president te zeggen: als u de alarmbelprocedure toepast en de democratie in dit land niet langer respecteert, dan is het wat ons betreft afgelopen en moet u op geen enkele samenwerking meer rekenen.”.
Minister-President bleef erbij dat – aangezien er geen akkoord is over B-H-V waarbij het Vlaams Regeerakkoord wordt geschonden – het “wijzer” was om het stilzwijgen te bewaren. Peeters beklemtoonde ook nog eens dat het B-H-V-dossier een oplossing moet krijgen die moet worden gerealiseerd op het federale niveau. Pas hierna zou de oplossing worden getoetst aan het Vlaams Regeerakkoord. Joris Van Hauthem kon niet anders dan besluiten dat het stilzwijgen van Peeters in schril contrast staat met een ganse resem Franstalige
initiatieven : “Minister-president, ik stel vast dat de Commission communautaire française (COCOF) met een belangenconflict de Franstaligen in de Rand te hulp schiet. Ik stel vast dat nadien het parlement van de Franse Gemeenschap middels een belangenconflict de Franstaligen in de Rand te hulp schiet. Ik stel vast dat nadien het Waalse parlement middels een belangenconflict de Franstalingen in de Rand te hulp schiet. Ik stel nadien vast dat het parlement van de Duitstalige Gemeenschap middels een belangenconflict de Franstaligen in de Rand te hulp schiet. Wij hadden wel iets meer verwacht van een minister-president. Want die blijft zwijgen. U, minister-president, schiet de Vlamingen in de Rand, in Halle-Vilvoorde, niet te hulp. Proficiat! Ik begrijp niet waarom de N-VA in een regering blijft zitten, waarvan de minister-president zegt dat hij vaststelt dat zijn regeerakkoord niet wordt uitgevoerd, eraan toevoegt dat het een federale kwestie is en er zich dus geen bal van aantrekt. Proficiat!
B-H-V bedreigt ook de Vlaamse Regering !
Fractievoorzitter Filip Dewinter ondervroeg Minister-president Peeters over de hallucinante uitspraken van N-VA-voorzitter De Wever over de CD&V. Het was voor Dewinter immers duidelijk dat de Belgische ziekte die Leterme heeft doen sneuvelen ook voor averij zorgt in de regering Peeters : “Hoe vrijblijvend zijn de uitspraken van de kopman van een partij die deel uitmaakt van deze regering die zegt dat “CD&V de politieke sluitspier lang dicht heeft gehouden, maar dat er nu alles uit loopt” en dat “ het Vlaams regeerakkoord hen geen barst kan schelen” of “Het cenakel dat de richting van CD&V bepaalt, heeft de knop omgedraaid. Die partij, CD&V, is tot alles bereid om Leterme in het zadel te houden.”.
Filip Dewinter vroeg zich dan ook af in hoeverre dat er - na de “scatologische” uitspraken van Bart De Wever – nog voldoende geloofwaardigheid uitgaat van de Vlaamse Regering.
Minister-President Peeters maakte er zich van af door te stellen dat de verwijten van De Wever niet gericht waren tegen de Vlaamse Regering waarna Dewinter zich afvroeg of de Minister-President dan wel lid was van de CD&V ? Tegelijkertijd schakelde Peeters opnieuw over naar de traditionele “peptalk” over de vele “ beslissingen” en het “goed bestuur” van de Vlaamse Regering.
Dewinter trok hieruit volgende conclusie : “Minister-president, waar ik me steeds meer aan stoor, is natuurlijk de vrijblijvendheid van zulke uitspraken. Men scheldt elkaar uit, soms op een ongepaste manier. Achteraf komt men hier doodleuk verklaren dat er geen vuiltje aan de lucht is. Men lacht en grolt. Men gaat over tot de orde van de dag. Dat zorgt bij de publieke opinie voor steeds meer antipolitieke gevoelens. De man in de straat is dit hypocriete en vooral schizofrene schouwspel meer dan beu. De ene dag zegt een meerderheidspartij van een andere dat ze de sluitspier niet meer kan dichthouden en dat alles eruit loopt. Daarna blijkt dat allemaal vrijblijvend te zijn. Er is geen vuiltje aan de lucht. Dat gelooft niemand meer.”. Van een slagkrachtige en kordate Vlaamse Regering kan volgens Filip Dewinter dan ook niet langer sprake zijn.
Vlaams Belang maant de Vlaamse Regering tot spoed aan bij de zoektocht naar een overnemer voor de Opel-fabriek in Antwerpen!
Vlaams Volksvertegenwoordiger Jan Penris voelde Minister van Economie Peeters eens te meer aan de tand over de toekomst van de Antwerpse Opel-vestiging : “Gisteren was er nieuws inzake dit dossier, want de arbeiders en de bedienden hebben massaal hun instemming verleend aan het sociaal begeleidingsplan, dat feitelijk inhoudt dat ze van hun kant hun verantwoordelijkheid hebben genomen. Concreet komt het erop neer dat 1250 mensen heel binnenkort zullen vertrekken en dat er 1350 blijven wachten op hoe het nu verder moet en kan met de betrokken plant. Er is een sprankeltje hoop voor de overblijvers, in die zin dat iedereen in de regio ervan uitgaat dat er voor de betrokken plant een overnemer gevonden zou kunnen worden. De heer Reilly was daar heel enthousiast over, de vakbonden maken zich min of meer sterk dat hun netwerk nuttig zal blijken, maar ook u hebt ons vanuit de Vlaamse Regering bij herhaling meegedeeld dat u uw verantwoordelijkheid ter zake opneemt.”.
Peeters stelde dat de Reconversiegroep al driemaal samen kwam en dat er door de Participatiemaatschappij Vlaanderen hard werd gewerkt aan een concreet en duidelijk investeringsdossier. Er is een longlist en een shortlist met zestien mogelijke kandidaten opgesteld waarbij met de ernstig te nemen kandidaten de eerste contacten zijn gelegd. Peeters zei er ook over te waken dat een en ander gestroomlijnd gebeurde en dat de overdracht van informatie van de Reconversiegroep naar de Taskforce rond Opel op een duidelijke manier wordt georganiseerd. Hij beloofde voor de volgende maanden een maximale inzet om te komen tot een industrieel project met de bijbehorende werkgelegenheid op de plaats waar GM nu actief is.
Jan Penris nam akte van deze verslaggeving maar wees de Minister nog eens op zijn verantwoordelijkheid ter zake : “Minister-president, ik neem akte van het feit u bezig bent. De vraag is natuurlijk of u goed bezig bent. U hebt zelf verklaard dat u met een scherpe deadline zit. Op 30 september 2009, om 23.59 uur, valt de hakbijl. Indien tegen dan geen overnemer is gevonden, gaat de plant toe. Zo eenvoudig is het. U draagt in dit verband een verpletterende verantwoordelijkheid. Ik noteer dat u een aantal voorbereidende vergaderingen met allicht zeer intelligente en zeer integere mensen hebt gehouden. U bouwt een dossier op. Dit zal nu allicht veel sneller moeten verlopen. Indien u die deadline wilt halen, zal alles concreter moeten worden. Ik zal u met betrekking tot dit dossier moeten blijven achtervolgen.”.
Pieter Huybrechts wijst Peumans de weg naar de rijschool!
Op 22 maart 2010 diende Vlaams volksvertegenwoordiger Pieter Huybrechts een vraag om uitleg in die gericht was aan Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevyts, over de stopzetting van de subsidies voor speciale rijvaardigheidscursussen voor motorrijders. De voorzitter van het Vlaams parlement, Jan Peumans, oordeelde dat de vraag onontvankelijk was omdat hij van oordeel was dat de “schaarse vergadertijd” van de commissie liever niet aan vragen over “anecdotische items”wordt besteed.
Boontje komt echter om zijn loontje want enkele dagen later knalde Jan Peumans met zijn scooter tegen een geparkeerde wagen omdat hij naar eigen zeggen “gas gaf en remde tegelijk”. Misschien kan Jan Peumans zelf ook maar best een rijvaardigheidscursus gaan volgen!
|