|
fractie . VL+
@VL+, nr. 57
Extra medewerkers voor ex-ministers kost belastingbetaler 7 miljoen euro
Ieder uittredend lid van de Vlaamse Regering dat geen ministeriële functie meer uitoefent krijgt gedurende een volle legislatuur een staflid en een uitvoerend personeelslid toegewezen.
In concreto krijgen uittredende ministers gedurende vijf jaar volgend op hun ministerieel mandaat twee medewerkers. Voor oud-ministers die nog zitting hebben in het parlement komen die twee medewerkers bovendien bovenop de parlementaire medewerker (of medewerkers in het geval van een lid van het Bureau) waarop ieder parlementslid recht heeft.
Op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Frank Creyelman (Vlaams Belang) omtrent de gewezen ministers die gebruik maken van deze regeling antwoord minister-president Kris Peeters dat zeven leden van de vorige regering alles samen 15 medewerkers in dienst hebben, wat de belastingbetaler 1,4 miljoen euro per jaar kost of 7 miljoen euro voor de volledige vijf jaar.
Het gaat om de ex-ministers Bert Anciaux, Patricia Ceysens, Veerle Heeren, Marino Keulen, Kathleen Van Brempt, Frank Vandenbroucke en Dirk Van Mechelen. Op Bert Anciaux en Kathleen van Brempt na – zij is Europees Parlementslid en heeft daar eveneens recht op een medewerker – hebben alle gewezen ministers zitting in het Vlaams Parlement, waar zij als Vlaams volksvertegenwoordiger reeds een bijkomende medewerker mogen te werk stellen.
Dit voorrecht voor uittredende ministers is in budgettair moeilijk tijden niet langer te verantwoorden. Bovendien is de regeling discriminerend voor de andere ‘gewone’ parlementsleden.
Vandaar dat Vlaams volksvertegenwoordiger Frank Creyelman een voorstel heeft ingediend waarbij hij de extra medewerkers voor ex-ministers die opnieuw zetelen in één of andere parlementaire assemblée wil afschaffen.
Vlaams Belang dient voorstel in om bouw van moskeeën en minaretten aan banden te leggen
Een meerderheid van de Zwitsers heeft vandaag, n.a.v. een referendum georganiseerd op initiatief van de Zwisterse rechts-conservatieve partij UDC, 'ja' gestemd op de vraag in hoever er een verbod op de bouw van minaretten in Zwisterland moet komen. Filip Dewinter: 'Opnieuw heeft het gezond verstand het gehaald op het politiek correcte denken. Ondanks decennia van multiculturele indoctrinatie blijkt de weerbaarheid van o.a. de Zwitsers - nog - niet gebroken'. Filip Dewinter feliciteert de Zwitsers met hun beslissing: 'Het getuigt van politieke moed en gezond verstand om een verbod op de bouw van minaretten te stemmen en te steunen. De Zwitsers staan symbool voor het verzet tegen de islamisering van Europa. De Zwitsers gedragen zich als Wilhelm Tell die zich eveneens verzette tegen vreemde overheersing en vocht voor een Zwitsers Zwitserland. De islam hoort inderdaad niet thuis in Europa. In tegenstelling tot de politieke overheden die de islam omarmen en ermee collaboreren, wil een meerderheid van Europeanen de oprukkende islam een krachtig halt toeroepen'.
Filip Dewinter zal namens het Vlaams Belang een voorstel van decreet indienen ter aanpassing van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de organisatie van de ruimtelijke ordening. Filip Dewinter wil het decreet zodanig wijziging dat de overheid 'gebouwen die de culturele eigenheid van de woonomgeving schaden' kan weigeren. Hierdoor kan de bouwvergunning voor gebouwen zoals moskeeën en minaretten in Moorse of Oosterse bouwstijl die haaks staat op bouwstijl van de omgeving geweigerd worden. Met dit voorstel van decreet wil het Vlaams Belang een duidelijk signaal uitsturen dat moslims zich dienen aan te passen aan onze manier van leven en niet omgekeerd. Aan de wildgroei van moskeeën en minaretten moet ook in Vlaanderen dringend een halt worden toegeroepen. Al te dikwijls zijn moskeeën en minaretten immers de symbolen van de islamisering van een wijk of buurt.
Van een efficiënt afdwingbaar inburgeringsbeleid is in Vlaanderen geen sprake.
Alhoewel de vorige Vlaamse regering beloofde dat het nieuwe systeem van administratieve boetes voor inburgeraars dat op 1 januari van dit jaar in werking trad zou zorgen voor een afdwingbaar inburgeringsbeleid, blijkt van een efficiënte sanctionering van immigranten die zich onttrekken aan hun inburgeringsverplichting in Vlaanderen nog steeds geen sprake te zijn. Dat blijkt uit cijfers die Filip Dewinter opvroeg bij Vlaams minister van Inburgering Geert Bourgeois.
Het systeem van administratieve boetes dat op 1 januari van dit jaar in werking trad verving het aanvankelijke systeem van gerechtelijke boetes dat volkomen inefficiënt bleek. Verplichte inburgeraars die niet voldeden aan hun verplichtingen werden immers niet vervolgd, omdat dit geen prioriteit was voor het parket. Minister Bourgeois antwoordt op de vraag van Filip Dewinter dat in 2008 “578 verplichte inburgeraars aan de parketten werden gemeld”, maar “dat hij geen weet heeft van de verdere afhandeling”.
Het systeem van administratieve boetes moest beterschap brengen en zorgen voor een effectievere bestraffing. Uit het antwoord van minister Bourgeois blijkt nu dat dit niet het geval is. Dit jaar werden nauwelijks 15 inburgering-weigeraars door de Vlaamse overheid bestraft door middel van een administratieve boete. Samen ontvingen ze 1 boete van 150 euro, 1 boete van 100 euro, 12 boetes van 75 euro en 1 boete van 60 euro. Van de 15 heeft er overigens nog maar 1 zijn boete effectief betaald. 5 betaalden te laat. De overige dossiers hebben hun betalingstermijn nog niet overschreden.
Deze cijfers staan in schril contrast met de duizenden immigranten die zich jaarlijks aan hun inburgeringsverplichting onttrekken. In 2008 en 2009 (tot 31/08) vestigden zich in totaal 51.513 nieuwkomers in Vlaanderen. In dezelfde periode waren er ongeveer 16.000 personen die onderworpen waren aan de inburgeringsplicht. Het aantal verplichte inburgeraars dat in dezelfde periode een inburgeringscontract sloot bedroeg slechts 12.173 personen, het aantal dat effectief een inburgeringsattest behaalde dat bewijst dat ze aan hun verplichtingen hebben voldaan bedroeg nauwelijks 8.681 personen.
Het Vlaams Belang stelt vast dat er van een effectief afdwingbaar inburgeringsbeleid in Vlaanderen allesbehalve sprake is. Duizenden immigranten weten zich straffeloos te onttrekken aan hun inburgeringsverplichtingen. De straffen die worden opgelegd zijn bovendien belachelijk laag. Volgens het Vlaams Belang is het niet meer dan logisch dat de verplichte inburgering gekoppeld wordt aan de toekenning van de verblijfsvergunning. Een immigrant kan en mag maar een verblijfsvergunning verkrijgen wanneer hij met succes voldaan heeft aan zijn inburgeringsverplichtingen. Het Vlaams Belang stelt in dit kader overigens voor dat inburgeraars niet langer enkel een cursus zouden afleggen, maar hun opgedane kennis ook zouden dienen te bewijzen door middel van een inburgeringsexamen, gekoppeld aan het afleggen van een loyauteitsverklaring. Alleen zo kan een efficiënt en afdwingbaar inburgeringsbeleid gerealiseerd worden.
Federale begroting : Vlaams Belang dient belangenconflict in
In het Vlaams regeerakkoord werd uitdrukkelijk gesteld dat de Vlaamse Regering zal optreden wanneer andere overheden op het Vlaamse bevoegdheidsdomein ageren. Het Vlaams Belang heeft vastgesteld dat – ondanks de stoere taal van de Vlaamse Regering – er in de federale begroting opnieuw op verschillende beleidsdomeinen bevoegdheidsovertredingen vast te stellen zijn.
Zo zijn er bevoegdheidsovertredingen op het gebied van rationeel energieverbruik, programma’s voor wedertewerkstelling, de subsidies van het impulsfonds voor migrantenbeleid, het interuniversitair onderzoek, de federale toelage voor de OCMW’s in het kader van sociale en culturele participatie, de psychosociale gezondheidszorg, het nationaal kankerplan, stedenbouw, stadshernieuwing, huisvesting, etc.. Allemaal gewestelijke bevoegdheden waarvoor de federale overheid aanzienlijke middelen wil spenderen.
Gemeenschapssenator Joris Van Hauthem zal vandaag in de plenaire vergadering van het Vlaams parlement Vlaams Minister-President Kris Peeters hierover aan de tand voelen en nagaan welke “in de wetgeving voorziene instrumenten” (cfr. het Vlaams regeerakkoord) de Vlaamse Regering zal aanwenden om paal en perk te stellen aan deze bevoegdheidsovertredingen. Intussen zal het Vlaams Belang zelf al een belangenconflict ter zake indienen.
Ontslag Wauters : slachtoffer partijpolitieke spelletjes?
Vlaams Belang vernam via de media dat twee niet onbelangrijke leden van de raad van bestuur van de openbare omroep VRT een onderhoud hadden met het kernkabinet van de Vlaamse regering. Hun verzoek was niet mis te verstaan. Ze vroegen het ontslag van de gedelegeerd bestuurder van de VRT, Dirk Wauters. Zo verwijten ze Wauters dat hij een slechte relatie heeft met de raad van bestuur, dat het kader geen vertrouwen meer in hem heeft en dat hij fouten heeft gemaakt in het besparingsplan.
Vooraleer er sprake kan zijn van een ontslag wil Vlaams Belang eerst precies weten wat men Dirk Wauters concreet verwijt. Vlaams Volksvertegenwoordiger Wim Wienen wijst er op dat Wauters werd aangetrokken om het puin te ruimen dat Tony Mary en Aimé Van Hecke destijds aan de Reyerslaan hadden achtergelaten. Daarenboven maakt Wauters zich met het noodgedwongen besparingsplan ook niet bepaald populair bij sommige kaderleden van de VRT.
Wim Wienen vraagt zich ook af of het hier misschien niet gaat om een politieke afrekening. Het was immers voormalig minister voor Media Geert Bourgeois die Wauters destijds aanstelde als CEO van de VRT. De vraag is dus of men - nu de socialisten de mediaminister leveren - geen politieke ‘wraak’ wil nemen omdat Bourgeois destijds Tony Mary aan de deur had gezet ?
Wienen heeft inmiddels een interpellatie aan minister Lieten ingediend waarbij hij een oplijsting vraagt van de feiten die een eventueel ontslag van Wauters kunnen rechtvaardigen. Ook moet duidelijk worden hoe het verder moet met de broodnodige besparingen aan de Reyerslaan. Pas dan is het voor het Vlaams Belang tijd om conclusies trekken en niet eerder.
|