|
fractie . VL+
@VL+, nr. 30
Federaal Minister van Werk Milquet stelt mobiliteitspremie van 75 euro per maand voor werkzoekenden voor : een nieuwe transfer naar Wallonië en voorbode van de mislukking van de door Leterme beloofde regionalisering van het arbeidsmarktbeleid ?
Vlaams Volksvertegenwoordiger Joris Van Hauthem ondervroeg deze week Vlaams Minister van Werk Frank Vandenbroucke over een voorstel van zijn federale collega Milquet. Deze wil de RVA een mobiliteitspremie van 75 euro laten toekennen aan werkzoekenden uit gemeenten met een werkloosheidsgraad hoger dan een bepaald percentage boven het gewestelijk gemiddelde die werk aannemen in een arrondissement waar een tekort aan werkkrachten dreigt (en waar dus de werkloosheidsgraad onder een bepaald percentage ligt).
Joris Van Hauthem : “Het is de omgekeerde wereld wanneer er bonussen worden uitgereikt aan diegenen die werk zoeken. Ik dacht dat wanneer iemand werkloosheidssteun kreeg, daar tegenover moest staan dat hij of zij beschikbaar is voor de arbeidsmarkt en dat die geacht wordt om al dan niet met hulp - in Vlaanderen gebeurt dat vrij intensief via de VDAB - naar een job te zoeken. Als ik me afvraag wat de ratio is van een dergelijke maatregel, dan kom ik uit bij de communautaire draad. Dit is een federale maatregel die perfect op maat van Wallonië is gesneden. Dat is in het verleden nog gebeurd. Ik denk aan het Rosettaplan van mevrouw Onkelinx indertijd. Dat was een federale maatregel die perfect op maat van Wallonië was gesneden. Deze nieuwe maatregel is ook vooral op maat van de Waalse behoeften gesneden. Als deze maatregel er komt, krijgen we met een nieuwe transfer te maken, die niets zal oplossen, maar veel geld van Vlaanderen naar Wallonië zal sassen. (…)In het beleidsplan van minister Milquet staan nog andere zaken. Er staan plannen in in verband met kinderopvang, met opleiding en dergelijke meer. Dat zijn allemaal onze bevoegdheden. Als minister Milquet er dan nog bij zegt dat ze deze elementen voorstelt met de bedoeling om het debat over het overhevelen van de elementen van de arbeidsmarkt naar de regio's tegen te houden, dan is het plaatje rond. We zouden eerst kunnen zeggen dat deze maatregel ingewikkeld en moeilijk toepasbaar is. Als we de rest erbij lezen en de verklaringen van de minister horen, dan weten we wat de bedoeling is. CdH heeft blijkbaar niet voor niets mevrouw Milquet op de post werk gezet. Dat is immers een van de speerpunten van de Vlaamse Regering in de Octopusnota. Minister Milquet wil dat met deze maatregelen afblokken.”.
Minister Vandenbroucke vond het voorstel van Milquet wel hopeloos ingewikkeld en onwerkbaar maar vond het argument van de transfers echter een verkeerde argumentatie omdat de maatregel ook sloeg op arbeidsmobiliteit binnen de gewesten. Tegelijkertijd meende hij dat men in Vlaanderen nu éénmaal moest aanvaarden dat er in Brussel en Wallonië meer werklozen zijn en dat elke federale maatregel dan ook “meer goed” zou doen voor de Franstalige werklozen. De minister gaf wel toe dat men op federaal niveau geen maatwerk kan leveren en dat Milquet met haar beleidsnota de huidige bevoegdheidsverdeling onvoldoende respecteerde. Minister Vandenbroucke : “Ik zeg al sinds enige tijd dat we zouden moeten decentraliseren in het werkgelegenheidsbeleid. Geef de hele verantwoordelijkheid over doelgroepenbeleid, activering, passende dienstbetrekking, vrijstellingen en beschikbaarheid aan de gewesten en roep ze tot de orde op basis van hun verantwoordelijkheid in plaats van in hun plaats te willen treden.”. Vandenbroucke kondigde voor juli 2008 ook een zgn. “Banenconferentie” aan rond interregionale arbeidsmobiliteit waarbij ook de beide Minister-Presidenten een belangrijke rol zouden spelen. Joris Van Hauthem bleef erbij dat het geen toeval is dat Milquet nu met een dergelijke beleidsnota voor de dag komt : “ Los van de vraag of dit een transfer is, is ze volgens mij hoe dan ook bezig met een soort recuperatie, zodat tegen 15 juli kan worden gezegd dat het eigenlijk niet meer nodig is en dat dit eventueel best federaal wordt gehouden.”.
Nog steeds geen oplossing voor de problematiek van de BTW op de bouwgrond : Vlaamse Regering schuift alles door naar het Overlegcomité van 23 april 2008 !
Sinds enkel weken kruisen de Vlaamse en federale regering de degens over het federale voornemen om voortaan ook BTW te heffen op grond bij een gezamenlijke verkoop van grond en gebouwen.
De Vlaams Belang-fractie in het Vlaams Parlement herhaalde bij monde van Vlaams Volksvertegenwoordiger Felix Strackx nogmaals dat de maatregel uit de federale programmawet onverwijld wordt geschrapt. Het argument is overduidelijk : zelfs als men tegen volgende week erin zou slagen om de federale maatregel voor de burgers in Vlaanderen volledig te compenseren zodat het een nuloperatie wordt blijft nog steeds de grote financiele transfer naar Wallonië bestaan. Felix Strackx : “Mijnheer de minister-president, ik heb vorige week gezegd dat de federale plannen niet ingegeven zijn door het fameuze Europese Breitsohl-arrest, wat minister Reynders ons oorspronkelijk wilde wijsmaken, maar dat ze alles te maken hebben met de wens van het Waalse Gewest om voortaan de btw die ze betalen voor de sanering van hun vervuilde fabrieksterreinen, te kunnen aftrekken. Dat zou hen een voordeel opleveren van vele tientallen miljoenen euro, zeker als we weten dat er in Wallonië zo'n 3500 vervuilde fabrieksterreinen liggen. Toen ik dat vorige week zei, zat men mij hier een beetje verbaasd aan te kijken. Mijn bewering werd ondertussen vanuit verschillende hoeken bevestigd, in de eerste plaats min of meer door federaal minister Reynders zelf in de federale Kamer, maar ook door u, mijnheer de minister-president. U vertelde vrijdag na afloop van de ministerraad aan een krant: "Reynders stelde de maatregel voor alsof er geen speld tussen te krijgen was en België verplicht was zich aan te passen. De werkelijkheid blijkt heel anders te zijn." U betreurde dat men er een draai aan probeerde te geven. De conclusie is heel duidelijk: de Vlaamse kopers van nieuwbouwwoningen zullen betalen voor de sanering van de Waalse fabrieksterreinen. Dat zal een nieuwe btw-transfer van Vlaanderen naar Wallonië tot gevolg hebben van tientallen, zo niet van honderden miljoenen. De vraag is wat er nu gaat gebeuren.”. Minister-President Peeters bleef de hete aardappel doorschuiven naar het Overlegcomité van volgende week en herformuleerde nog eens de uitgangspunten : “Het overleg is nu nog steeds aan de gang. Op 23 april is er een overlegcomité. De houding van de Vlaamse Regering is dat deze maatregel, zoals hij voorzien is in het ontwerp van programmawet, in de zakken van de mensen zit, in de zakken van de Vlaamse Regering zit en op een fundamentele manier het beleid van de Vlaamse Regering inzake sociale correcties op de registratierechten wijzigt. Die drie elementen zullen in het verdere overleg een afdoend antwoord moeten krijgen (…)Wanneer er een oplossing zou komen in het ontwerp van programmawet, dan kan die pas worden goedgekeurd wanneer die drie belangrijke uitgangspunten daarin terug te vinden zijn. Zo niet is er een probleem vanuit het Vlaams Parlement met de resolutie en vanuit de Vlaamse Regering. Ik denk dat ik niet duidelijker kan antwoorden.”.
Felix Strackx bleef op een volledige schrapping van de artikelen aandringen : “Ik vrees dat anders aan de regeling zal worden geprutst. Dit zou tot een klassiek Belgisch compromis leiden. We zijn dat gewoon. Hierbij wordt wat gegeven en genomen. Uiteindelijk blijven de transfers naar Wallonië bestaan.”. Dat men aan het “prutsen” is bewijst het inmiddels door de Vlaamse Regering wel verworpen eerste voorstel vanuit de Technische Werkgroep : het voorstel komt er op neer dat bouwmaatschappijen die nieuwbouw en grond samen verkopen, de keuze krijgen om de grond te onderwerpen aan ofwel 10 % registratierechten, ofwel 21 % BTW waarbij men er zou van uitgaan dat de maatschappijen systematisch zouden kiezen voor registratierechten omdat dit voordeliger zou zijn voor de kopers !
De gebrekkige coördinatie van de wegenwerken in Vlaanderen : minister Crevits belooft beterschap…
Alhoewel de Vlaams Belang-fractie al jarenlang aandringt om een grondige budgettaire aanpak van de onderhoudsachterstand voor het Vlaams wegennet en elke inhaaloperatie wenst te steunen mag anderzijds niet uit het oog worden verloren dat de coördinatie van de wegenwerken nog steeds al te gebrekkig verloopt.
Vlaams Volksvertegenwoordiger Pieter Huybrechts ondervroeg Minister van Openbare Werken Hilde Crevits over de blijkbaar nog niet bijzonder effectvolle provinciale coördinatiepunten rond wegenwerken : “Terecht klaagt de automobilistenvereniging VAB aan dat het onbegrijpelijk en onaanvaardbaar is dat tegelijk met de wegenwerken aan de E17 en de E34 ook wegenwerken worden uitgevoerd op de alternatieve routes. Als u dat een goede coördinatie noemt, dan kan ik niet meer volgen. De files die daarvan het resultaat zijn, hebben gevolgen op economisch en ecologisch vlak, en ook op het vlak van de veiligheid. Die files doen zich voor tot grote wanhoop van de weggebruikers die opnieuw onnodig in de files staan. Volgens het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen is het probleem onder meer te wijten aan het feit dat het coördinatiepunt wel aanbevelingen mag doen, maar geen dwingend advies kan geven, en ook aan het feit dat nog steeds een groot aantal gemeenten niet zijn aangesloten bij het coördinatiepunt. Dat laatste leidt ertoe dat het nog steeds voorkomt dat een bepaalde straat soms tot drie keer na elkaar wordt opengebroken, met alle ellende voor de klanten en de handelaars. Ik zwijg dan nog over het zwaar wegvervoer dat door de wegwerkzaamheden geregeld over wegen en bruggen wordt gestuurd die daarvoor niet geschikt zijn. Dat kan levensgevaarlijke situaties creëren. FEBETRA zegt dat op het terrein nog steeds geen betere coördinatie kan worden vastgesteld. De federatie klaagt het gebrek aan informatie aan. U zult moeten toegeven dat er iets moet veranderen: het kan zo niet langer.”. De minister gaf toe dat de provinciale coördinatiepunten nog hebben af te rekenen met kinderziektes en dat op het vlak van de communicatie nog heel wat zaken beter kunnen : “ We voelen aan dat we naast de coördinatie moeten proberen beter te communiceren. Wat dat betreft is er absoluut verbetering in zicht. Voor het eerst zal zeer binnenkort elke provinciale afdeling van het Agentschap Wegen en Verkeer een eigen communicatieambtenaar hebben die zich bezighoudt met een goede communicatie van de werken die zullen gebeuren, met een motivering. Die zal ook ter beschikking staan van lokale overheden en van andere vraagstellers omtrent wegenwerken. We moeten betere communicatie verzorgen, en dat zal dus ook gebeuren.”. Toch blijft de bedenking dat de coördinatiepunten geen enkele bevoegdheid hebben om op bepaalde ogenblikken beslissingen te nemen nopens de oplossingen van conflictsituaties. Alles blijft afhankelijk van het juiste en goede overleg tussen gewest en gemeenten.
|