|
fractie . VL+
@VL+, nr. 28
Federaal regeerakkoord Leterme I voorspelt niets goed voor tweede, “grote” fase van de staatshervorming
Vlaams Volksvertegenwoordiger Joris Van Hauthem legde tijdens de plenaire vergadering Minister-President Peeters het vuur aan de schenen omtrent een aantal onrustwekkende vaststellingen m.b.t. het federaal regeerakkoord van de nieuwe premier Leterme.Eén van de prioriteiten in de Nota waarmee de Minister-President op 1 februari 2008 naar het Octopusoverleg trok was de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid. Joris Van Hauthem stelde echter vast dat de passages in het federaal regeerakkoord over het arbeidsmarktbeleid aantonen dat er hierover helemaal geen akkoord is binnen de regering Leterme : “Vandaag worden wij geconfronteerd met een federaal regeerakkoord waarin heel wat maatregelen staan op het vlak van het arbeidsmarktbeleid. Men zal werklozen activeren, maar u stelt dat men dat best op het niveau van de deelstaten doet. Men zal een doelgroepenbeleid ontwikkelen, maar u stelt in uw nota dat dit best op het niveau van de deelstaten gebeurt. Men wil ook de werkloosheidsreglementering aanpassen, maar ook dat gebeurt het best door de regio's, zo stelt u in uw nota. (…) Laten we wel wezen: als de federale regering nu begint met de ontwikkeling van allerlei maatregelen op het vlak van het arbeidsmarktbeleid, dan moet men toch geen universiteitsprofessor zijn om te kunnen besluiten dat het dan niet de bedoeling is om in juli die maatregelen eventueel naar de deelstaten over te hevelen. Anders gesteld: wat dit luik betreft - en ook wat de andere luiken betreft - bent u met een kluitje in het riet gestuurd.”.
Van Hauthem toonde zelfs aan dat in één van de (klad)versies van het regeerakkoord de passage waarin nog stond dat men zou bekijken welke aspecten het best aan de gewesten wordt toegekend werd geschrapt en in de officiële versie niet meer is terug te vinden. Van Hauthem stelde zich ook de vraag welke nog de cohesie is binnen de Vlaamse Regering wanneer het over de staatshervorming gaat : “Mevrouw Gennez, voorzitster van een van uw coalitiepartners, zei gisteren in Le Soir: "Sp.a is geen vragende partij voor een regionalisering van het gezondheidsbeleid, de kinderbijslag of de vennootschapsbelasting."
De Minister-President kon niet anders dan rond de hete brij dansen. Hij gaf toe dat het arbeidsmarktbeleid één van de speerpunten is waar de Vlaamse Regering voor gaat en een essentieel onderdeel dient te zijn van de tweede fase. Hij beperkte zich er toe te verwijzen naar de ondertussen “magische” datum van 15 juli : “Dan moet het tweede pakket klaar zijn en zullen we weten wat er, uit de federale regeringsverklaring, voor regionalisering in aanmerking komt.”. Hij vond het te vroeg voor conclusies te trekken. M.b.t. de cohesie binnen zijn Vlaamse Regering antwoordde Peeters dat de medewerking van de SP.A.-ministers voor hem voldoende was. Joris Van Hauthem besloot : “U blijft hier zeggen dat er binnen de Vlaamse Regering geen probleem is, maar als de voorzitter van een van uw coalitiepartners zegt dat men geen vragende partij is voor wat u namens de regering op het Octopusoverleg bent gaan zeggen, is dat de schizofrenie ten top. Minister Vandenbroucke staat achter uw nota en minister Van Brempt staat achter uw nota, maar voor de rest kunnen we gissen. Het interesseert u niet en het is uw bekommernis niet dat een van uw coalitiepartners zegt dat men niet meer achter een essentieel deel van uw regeerakkoord staat. Als minister-president, zou dat wel mijn zorg zijn.”.
Filip Dewinter eist van Minister Anciaux een actief beleid t.o.v. de toename van agressie en geweld op de Vlaamse voetbalvelden
Fractievoorzitter Filip Dewinter ondervroeg deze week Vlaams Minister van Sport Anciaux over het toenemend aantal gewelddadige incidenten op voetbalvelden : “Alleen al in de stad Antwerpen werden we vorig jaar zeven keer opgeschrikt door dergelijke incidenten. In 2006 gebeurde dat vijf keer, in 2005 acht keer. Nu we eindelijk het hooliganisme in de voetbaltribunes min of meer onder controle hebben, blijkt dat hooliganisme zich te verplaatsen naar de voetbalvelden. Als minister van Sport kunt u daar toch een sturende rol in spelen. Het grote probleem is dat er, met uitzondering van gerechtelijke sancties en vervolgingen, niet zo heel veel mogelijkheden zijn om dit te beteugelen. De reden is ook dat ons land tientallen en tientallen voetbalverbonden telt, soms heel amateuristisch en soms heel professioneel. Er worden spelers uitgesloten, maar die verkassen dan heel snel naar een andere bond of federatie waar de feiten zich dan vaak herhalen.”. Filip Dewinter stelde voor dat er tussen al die verbonden en federaties een overeenkomst zou worden gesloten zodat op zijn minst een éénduidige regeling zou gelden. Dewinter stelde ook een sensibiliseringscampagne voor : “Het zou misschien een goed idee zijn om, na de vele campagnes tegen racisme, zoals de campagne "Hang de aap niet uit", een campagne te voeren om het geweld op het veld te bannen en voetballers te sensibiliseren om hun voetbalpassie niet om te zetten in geweldpleging en spelers of scheidrechters te molesteren, maar om het sportief te houden. Dat is een taak voor de minister van Sport, want de normvervaging op het veld loopt echt wel de spuigaten uit.”.
Minister Anciaux was opvallend positief t.o.v. de voorstellen van Dewinter. Anciaux : “Wat mij betreft, kunnen spelers bij zeer zwaarwichtige feiten, ook levenslang worden uitgesloten van elke deelname aan eender welke sportactiviteit. Het decreet is er nog niet, dat duurt nog enkele maanden. Maar dan zullen we spelers overal kunnen uitsluiten en dan wordt overgaan naar een andere federatie of sport onmogelijk gemaakt.”
Hij legde ook de nadruk op de uitbreiding van het toepassingsgebied van het decreet over het medisch verantwoord sporten en wilde samen met de Federaal Minister van Binnenlandse Zaken ook nagaan of het statuut van scheidsrechter kan worden verbeterd. De Vlaamse Gemeenschap zou er zich ook toe kunnen verbinden om zich systematisch burgerlijke partij te stellen. Filip Dewinter bevestigde dat het Vlaams Belang vanuit de oppositie deze voorstellen constructief zou benaderen.
|