|
fractie . VL+
@VL+, nr. 26
Vlaams Belang krijgt gelijk met zijn kritiek op enkele nefaste gevolgen van het GOK-decreet !
Vlaams Volksvertegenwoordiger Greet Van Linter interpelleerde in de plenaire vergadering van woensdag 5 maart 2008 Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke over de wachtrijen aan verschillende schoolpoorten in het kader van het inschrijvingsbeleid in het Brussels Nederlandstalig onderwijs. De wachtrijen zijn het rechtstreekse gevolg van het principe in het GOK-decreet dat wie het eerste komt, ook het eerste maalt.
Het Vlaams Belang heeft altijd gewaarschuwd dat dit decreet niet zou werken en nefaste gevolgen voor Brussel zou hebben. De minister stelde de voorbije dagen een ticketingsysteem voor. Greet Van Linter : “ Is er overleg gehouden binnen de Vlaamse Regering of met minister Vanhengel in de Brusselse Regering? Ik stel vast dat u op sommige vlakken op een ander spoor zit. Bestaat daar eenvormigheid over? Hoe gaat u dat ticketsysteem decretaal vastleggen? Wat is uw structurele oplossing voor Brussel?”. Minister Vandenbroucke wil op basis van lokaal overleg betere procedures zoeken voor plaatselijke situaties maar blijft het GOK-decreet onverkort verdedigen : “Het gaat eigenlijk over de vraag wat je doet met mensen die zich voor een van die inschrijvingsperiodes, en met name voor de algemene inschrijvingsperiode, al aanmelden, nadat een aantal voorrangsregels, zoals broertjes en zusjes, hebben gespeeld. Wat doe je ten aanzien van mensen die absoluut als eerste aan die poort willen staan? Die aanmelding kan je ook organiseren, maar laat de dingen nu toch in het lokale overleg tot stand komen en van onderuit komen.”. M.b.t. de grote aantrekkingskracht van het Brussels Nederlandstalig onderwijs voor niet-nederlandstaligen onderstreepte Vandenbroucke dat men de lat van de kwaliteit van die scholen hoog dient houden en ervoor zorgen dat wie in die scholen zit, Nederlands leert op het niveau dat elders in Vlaanderen ook wordt geleerd. Vandenbroucke wenste in ieder geval het inschrijvingsrecht niet in vraag te stellen : “Mijn pleidooi is dus om wat ruimte te creëren in de regelgeving om op basis van lokale context, lokale situaties en lokaal overleg, te kijken hoe we voort kunnen bouwen op die procedures zodat de frustratie - die een beetje onvermijdelijk is - minimaal is en zodat je op een correcte manier aanmelding organiseert.”.
Greet Van Linter bleef er bij dat hele GOK-decreet en het inschrijvingsbeleid moet worden herzien.
Turks in het Gentse stedelijk basisonderwijs ?
Vlaams Volksvertegenwoordiger Johan Deckmyn confronteerde in de plenaire vergadering van woensdag 5 maart 2008 Minister Vandenbroucke met het experiment dat de socialistische Gentse schepen van onderwijs vanaf volgend schooljaar wil lanceren in het eerste en tweede leerjaar van twee Gentse scholen, met name dat jonge kinderen gedurende een achttal uren in het Turks zouden onderwezen worden. Naast de problematiek van de taalwetgeving zou op die manier ook worden geknabbeld aan het aantal uren standaardtaal, het Nederlands, dat de kinderen moeten krijgen om de eindtermen voor het eerste en het tweede studiejaar te halen.
Minister Vandenbroucke bleef zoals steeds zeer voorzichtig in zijn antwoord en verwees naar de mogelijkheid van “Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur” (OETC) in de Vlaamse regelgeving en naar de mogelijkheid om binnen het homogeen Nederlandstalige taalgebied modaliteiten in te voeren bij de uitvoering van de onderwijstaalwet. OETC betekent dat men op een aantal plaatsen in Vlaanderen en Brussel vandaag lessen geeft in een andere taal. De OETC-regeling is volgens de Minister onvoldoende duidelijk geregeld waardoor het Gentse initiatief eigenlijk toch wel wettelijk zou zijn. Hij vond het initiatief wel niet wenselijk : “Als u me vraagt of taal belangrijk is, dan zeg ik dat taal cruciaal is, en dan bedoel ik de taal van de klas, dus het Nederlands. Uit het overleg van deze ochtend heb ik onthouden dat die mensen zeggen dat hun doelstelling een goede beheersing van het Nederlands is. Dat is geruststellend. Ik ben wel bezorgd over wat ze zeggen, omdat ik vind dat ze nogal een grote hap nemen uit het curriculum om met een andere taal bezig te kunnen zijn. Dat is mijn eerste indruk. Die grote hap neemt mogelijkheden weg om een taalbad in het Nederlands aan te bieden. Ik heb hen gezegd dat ik daar bezorgd over ben.”
Johan Deckmyn hekelde het tegelijk warm en koud blazen van de minister : “Taal is een middel tot integratie. Het Gentse initiatief staat daar mijns inziens haaks op. (…) Dit project past duidelijk in de stimulering van de multiculturele maatschappij. Er is een andere aanpak mogelijk: die van de integratie en de assimilatie, waarbij men alles inzet op de aanpassing van de leerlingen aan onze eigen waarden, taal en cultuur. Het Gentse project staat haaks op die laatste visie.”
Rondetafelconferentie met de transportsector over verkeersveiligheid maar wat met de buitenlandse vrachtvervoerders ?
Minister van Mobiliteit Van Brempt roept in de loop van de volgende dagen een Rondetafelconferentie met de transportsector bijeen om van gedachten te wisselen over het thema van het veilig vrachtvervoer. De minister wil met de sector ook overleggen over de nieuwe Vlaamse bevoegheden m.b.t. mobiliteit en verkeersveiligheid, waarvan zij verwacht dat ze de volgende maanden en jaren zullen worden gerealiseerd. De minister wil het vooral hebben over de controles op het naleven van rust- en rijtijden, beladingsvoorwaarden, e.a.
Vlaams Volksvertegenwoordiger Jan Penris wilde tijdens de plenaire vergadering van de minister vernemen of haar focus eigenlijk wel breed genoeg was : “Bijvoorbeeld voor de belading is de sector niet de enige verantwoordelijke. De sector vraagt of u ook eens kunt kijken naar wat de beladers zelf doen en mogelijks fout doen.”. Jan Penris vroeg zich af of de minister met haar initiatief eens te meer de perceptie creëerde dat de Vlaamse transportsector de hoofdverantwoordelijke was voor het fenomeen van de “cowboys van de weg” die de wet niet respecteren en onveiligheid veroorzaken. Penris stelde ook luidop de vraag of het niet veeleer de buitenlandse vrachtvervoerders zijn die bij bijzonder veel ongevallen zijn betrokken. Jan Penris : “Uit de verkeersongevallenanalyses moeten we lessen trekken. Het zijn niet de Vlaamse wegvervoerders die we op de vingers moeten tikken. Het zijn niet de Vlaamse truckers die we in rondetafelconferenties op hun plichten moeten wijzen. Als we controlebevoegdheden krijgen van de federale overheid, moeten we die ten volle benutten. Maar in de eerste plaats moeten we de echte cowboys van de weg aanpakken, en dat zijn volgens mij de buitenlanders.”.
Minister Van Brempt beklemtoonde dat de Rondetafelconferentie een uitvoering is van het Vlaams Verkeersveiligheidsplan. De afspraak is dat er initiatieven komen die het verkeersveiligheidsbeleid verstevigen, specifiek voor vrachtvervoer. Belangrijkste argument was dat de recente cijfers van de verkeersbarometer een spectaculaire stijging van het aantal doden door ongevallen met vrachtvervoer tonen en dat de sector zelf vragende partij is voor o.a. bijkomende controles. De minister fietste echter rond de problematiek van de buitenlandse vrachtvervoerders heen. Nochtans is er qua handhaving t.a.v. buitenlandse vervoerders duidelijk een hiaat.
De financiering van de kleinschalige, individuele waterzuiveringsinstallaties : eindelijk een stap vooruit !
Het Vlaams Belang onderschreef deze week bij monde van Vlaams Volksvertegenwoordigster Marleen Van den Eynde de vaststelling van de meerderheidspartijen dat het technisch en financieel onmogelijk is om alle afvalwater tegen 2015 te saneren. Het Vlaams Belang steunde dan ook de resolutie van de meerderheid om een realistisch tijdschema aan te houden en de werkzaamheden ter uitvoering van de Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater en de Kaderrichtlijn Water te spreiden over een ruimere periode. Ook het Vlaams Belang wil dat de Vlaamse Regering, gelet op de hoge kosten en de praktische haalbaarheid, duidelijkheid verschaft over de exacte invulling van de Europese richtlijnen en op basis daarvan, in voorkomend geval, een uitzonderingstermijn voor het Vlaamse Gewest zou aanvragen.
Knelpunt blijft echter de financiering van de kleinschalige, individuele sanering van huishoudelijk afvalwater. Marleen Van den Eynde : “ Mevrouw de minister, na het plannen komt de periode van uitvoeren. Daar bestaat binnen uw beleidsbrief 2008 nog heel wat onduidelijkheid over. Zo blijft u in uw beleidsbrief heel vaag over het financiële luik, meer bepaald over de financiering van de IBA's. De VVSG was echter wel duidelijk. Zij stelde voor dat de gemeentebesturen de IBA's zouden aankopen en onderhouden om zo het gelijkheidsbeginsel niet te overtreden. Volgens de VVSG betaalt een afgelegen woning evenveel voor een huisvuilzak als een woning in het centrum. Deze lijn moet ook doorgetrokken worden voor de afvoer en sanering van huishoudelijk afvalwater. De overgrote meerderheid van de gemeenten zag dit voorstel van de VVSG niet zitten wegens financieel onhaalbaar. En zo werd de hete aardappel of met andere woorden de financiële last voor de aanleg van een individuele waterzuivering of IBA in veel gemeenten doorgeschoven naar de individuele burger. Voor ons is dat onaanvaardbaar. Het Vlaams Belang heeft in de commissie meermaals laten blijken dat in dit dossier het gelijkheidsbeginsel niet uit het oog verloren mag worden. Daar mag niet aan getornd worden. Via de samenwerkingsovereenkomst bestaat er een subsidiestelsel waardoor de individuele burger een subsidie kan ontvangen indien zijn gemeente het samenwerkingsakkoord ondertekend heeft. Maar dit subsidiestelsel was onvoldoende, want er bestaat geen enkele subsidie wanneer het gemeentebestuur de samenwerkingsovereenkomst niet ondertekend heeft. Voor het Vlaams Belang was het dan ook zeer duidelijk dat die hete aardappel of de factuur voor de IBA niet aan de individuele burger mocht worden voorgeschoteld.”.
Het Vlaams Belang is dan ook tevreden dat de meerderheid de facto tegemoet komt aan deze kritiek en stond dan ook positief tegenover het voorstel van de resolutie van de meerderheid : “Dit voorstel van resolutie is een belangrijke aanzet om vooruitgang te boeken op het terrein en niet op papier. Ik hoop, mevrouw de minister, dat dit voorstel van resolutie snel zal worden uitgevoerd. Verder moet ook worden nagedacht over de noodzaak aan een communicatiebeleid. Sinds een aantal maanden worden in heel wat gemeenten infovergaderingen gehouden, waarbij duidelijk werd gemaakt welke burgers zelf voor de waterzuivering moeten instaan en dus een IBA moeten plaatsen. Diezelfde gemeenten hebben opnieuw een belangrijke taak om hun burgers ervan de hoogte brengen dat het gemeentebestuur en niet de individuele burger zal moeten instaan voor het plaatsen van de IBA en het onderhoud ervan, en dat voortaan dezelfde saneringsbijdrage zal geïnd worden als bij de medeburgers die wel zijn aangesloten op het rioleringsstelsel.”.
|