|
fractie . VL+
@VL+, nr. 25
Vlaanderen moet het totale Belgische begrotingsplaatje eens te meer laten kloppen : maar wat krijgt het in de plaats ?
Op dinsdag 19 februari 2008 greep o.l.v. premier Verhofstadt een overleg plaats tussen de federale regering en de deelstaatregeringen. De federale regering kwam opnieuw aan de deur van de deelstaatregering kloppen met de vraag om nog maar eens inspanning te leveren om het globale begrotingsplaatje te laten kloppen (Europees Stabiliteitspact). Dat zou 360 miljoen euro extra opleveren voor het federale niveau. Verhofstadt stelde ondermeer voor om 50 % van de Vlaamse conjunctuurprovisie over te hevelen naar het Vlaams Toekomstfonds. Bovendien wil hij dat de Vlaamse overheid meer zou betalen in het kader van de responsabiliseringsbijdrage voor de ambtenaren (ambtenarenpensioenen).
Vlaams Volksvertegenwoordiger Joris Van Hauthem peilde in de plenaire vergadering naar een reactie van Minister-President Peeters die een nieuwe inspanning van Vlaanderen weliswaar koppelt aan de uitvoering van de staatshervorming, maar zich anderzijds dreigt tevreden te stellen met de spreekwoordelijke “borrelnootjes” zoals zij nu ieder moment aan het Octopusoverleg zullen worden gepresenteerd. Joris Van Hauthem : “Als ik dan echter zie wat u vraagt, dan ben ik ontgoocheld. De eerste fase van de staatshervorming komt er aan. De heer Van Rompuy had het over de veertien bagatellen. En daar zijn er al drie van weggevallen. U eist dat die opnieuw worden opgenomen. Daarnaast zouden ook nog enkele overheidsgebouwen moeten worden overgedragen aan de Vlaamse overheid. Als het daarbij blijft, dan is het maar een mager beestje. Er komt een wetsvoorstel of -ontwerp - we weten niet wat het juist wordt - waarin een aantal bagatellen staat. En in de memorie van toelichting staat - en dat is ongezien - dat in een tweede fase wel iets anders zal gebeuren. Daar hangt echter geen enkele resultaatsverbintenis aan vast. Gezien de huidige situatie, gaat de minister-president niet ver genoeg. Het gaat hier om een gefaseerde staatshervorming. We weten nog niet eens zeker dat de eerste fase zal worden doorgevoerd. Er is geen enkele garantie dat nadien een grote staatshervorming zal volgen.” De Vlaams Belang-fractie vult een win-winsituatie voor Vlaanderen dus duidelijk anders in dan de Minister-President !
De economische compensaties voor de blauwtongziekte : Vlaanderen knikt eens te meer braaf voor Europa !
De federale regering (Minister Laruelle) weigert al maanden om de blauwtongziekte te erkennen als een landbouwramp. Ze vindt de ziekte niet uitzonderlijk en meent dat ze niet valt onder het toepassingsgebied van het Landbouwrampenfonds. Bovendien steekt in dit Fonds geen geld meer. Vlaams Minister van Landbouw Peeters moest dit gisteren in de plenaire vergadering erkennen toen hij ondermeer ondervraagd werd door Vlaams Volksvertegenwoordiger Frans Wymeersch.
Tijdens de voorbije Europese Landbouwraden heeft de Europese Commissie zich weliswaar dan toch geëngageerd om voor de vaccinatie de reële kosten te willen terugbetalen (weliswaar met een plafond om misbruiken te voorkomen). Maar op het vlak van de economische steunmaatregelen boven op de de-minimisregel wenste de Europese Commissie geen duimbreed toe te geven, ondermeer omdat er geen slachtverplichting is. De minister klopte zich op de borst door te stellen dat de Vlaamse overheid de abonnementsprijzen van Rendac heeft geblokkeerd voor 2008 en overbruggingskredieten aanbiedt. De Vlaamse Regering moet van Europa wel binnen de-minimisregeling blijven. De staatssteun moet onder de 7500 euro blijven. Frans Wymeersch hekelde de onderdanigheid aan Europa : “Europa zegt dat we geen economische steunmaatregelen mogen geven, anders krijgen we problemen met hen. Mijnheer de minister-president, wij hébben al problemen met Europa. Het wordt tijd dat Europa eens problemen krijgt met ons. Onze Vlaamse landbouwers werden de laatste jaren al geconfronteerd met de Nitratenrichtlijn, de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en recent nog de affaire van de blauwtongziekte. Wij staan erbij en kijken ernaar. We doen niets omdat we niets kunnen doen. U zegt nu dat u met de overbruggingskredieten het witte konijn uit uw mouw hebt getoverd. Als ik mij niet vergis, moet een overbruggingskrediet op het einde van de rit nog altijd terugbetaald worden door de individuele landbouwer. Dat is dus geen economische steun. Gisteren hebben we in de commissie een discussie gevoerd over de zeer precaire situatie van onder meer de rundveehouderij. De rundveehouders ontvangen op dit ogenblik veel minder geld dan ze zouden moeten krijgen voor hun dieren. Zij werken dan ook met zwaar verlies. De gevolgen van de blauwtongziekte zullen nog jaren voelbaar zijn: verwerpingen, vroeggeboorten, onvoldragen kalveren, enzovoort. De productie zal de eerstvolgende jaren sterk achteruit gaan. Of is dat misschien net de bedoeling? Is het de bedoeling van Europa om via deze omweg ook de rundveestapel af te bouwen, met medeweten van de Vlaamse overheid? Dat kan en mag nooit de bedoeling zijn. Wij mogen de oekazes vanuit Europa niet zomaar blijven aanvaarden zonder een serieus tegengewicht te bieden. Het Europa van de bureaucratie en van de ivoren toren die ons al die richtlijnen oplegt, kan voor ons part de pot op.”.
Bovendien is het duidelijk dat het Landbouwrampenfonds dient te worden geregionaliseerd. Vlaanderen moet een nieuw en doortastend beleid voeren met een nieuwe dynamiek en een modernisering, in het kader van het risicobeheer. Daarvoor hebben we marktaangepaste instrumenten nodig die de landbouw- en de tandbouwsector kunnen behoeden voor landbouwrampen, natuurrampen en ziektes.
Kosovo verklaart zich onafhankelijk ! Welke relaties wil Vlaanderen onderhouden met Kosovo ?
Vlaams Volksvertegenwoordiger Karim Van Overmeire wilde in de plenaire vergadering Minister Bourgeois ondervragen over de rol van de Vlaamse Regering in de erkenning van Kosovo door de federale regering. Minister Bourgeois werd echter wegens de ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst met (en in) Catalonië vervangen door de Minister-President : “Mijnheer de minister-president, hoe is men tot dat Belgische standpunt gekomen? Heeft Vlaanderen daar een rol in gespeeld? Is het zo dat minister De Gucht beslist om Kosovo te erkennen en dat Vlaanderen daar akte van neemt? Of is, zoals men het mij altijd vertelt, het buitenlandbeleid van de federatie ook het buitenlandbeleid van de componenten van de federatie? Was er overleg tussen het Belgische en het Vlaamse niveau, om uiteindelijk tot dit standpunt te komen? Minister Bourgeois heeft aangekondigd dat er een Vlaamse delegatie naar Kosovo zal afreizen. Wie zal deel uitmaken van deze delegatie? Wanneer zal die delegatie vertrekken? Wat zal de delegatie daar doen? Wat zal de weerslag van een dergelijke delegatie zijn op onze relatie met Servië, die we toch in de gaten moeten houden?”. Minister-President Peeters bevestigde de kwestie op verscheidene overlegvergaderingen uitgebreid werd behandeld en dat de Vlaamse Regering onverkort achter de beslissing van de federale regering om Kosovo te erkennen. Er wordt een Vlaamse delegatie naar Kosovo gestuurd om contacten te leggen met de regering aldaar om na te gaan hoe men vanuit Vlaanderen verder kan samenwerken met Kosovo en hoe men kan helpen aan de uitbouw van de Kosovaarse samenleving en haar instellingen. Vlaanderen kan en moet volgens de Minister-President in Centraal- en Oost-Europa een belangrijke rol spelen.
Alhoewel Karim Van Overmeire het streven naar Vlaamse onafhankelijkheid helemaal niet koppelde aan de gewelddadige ontwikkelingen die zich het voorbije decennium in Kosovo afspeelden probeerde Vlaams Volksvertegenwoordiger Eric Van Rompuy (CD&V) de vraag van Karim Van Overmeire toch te diaboliseren. Karim Van Overmeire reageerde als volgt : “De schizofrenie is ongelooflijk. De linkerzijde in Vlaanderen is voor onafhankelijkheid als het over de Basken gaan, als het over de Koerden gaat, als het over de Kosovaren gaat, als het over de Palestijnen gaat, maar is tegen de onafhankelijkheid als het over Vlaanderen gaat. Dat komt het oorlogsverhaal dat we telkens opnieuw horen. Ik heb gezegd dat ik Vlaanderen niet toewens wat er in Kosovo is gebeurd. Ik heb u drie modellen gegeven van een federatie die uit twee componenten bestond en op een vreedzame, democratische, internationaal gelegitimeerde wijze ontbonden is, zodat men daar de onafhankelijkheid heeft bereikt. (…) Uit heel dit dossier onthoud ik één zaak, namelijk wat minister De Gucht heeft gezegd. Hij heeft gezegd dat onafhankelijkheid de oplossing is. Als dat de oplossing is voor 2 miljoen Kosovaren, dan ook voor 6 miljoen Vlamingen.”.
Opnieuw steekpartij in een Antwerpse school : doortastende maatregelen van Minister Vandenbroucke blijven uit !
Fractievoorzitter Filip Dewinter beklemtoonde in zijn actuele vraag dat deze nieuwe steekpartij geenszins een eenmalig en geïsoleerd incident was. Hij gaf een bloemlezing van voorgaande incidenten en stelde een gestructureerde, kordate en efficiënte aanpak voor : “We moeten preventief te werk gaan: controles, prikacties, eventueel met metaaldetectoren, desnoods uitgevoerd door de politie als de leerkrachten dat niet zelf kunnen vanwege wettelijke en andere beperkingen, in de risicoscholen. Ten tweede hebben we nood aan een eenduidige procedure. Die ontbreekt niet alleen in het Antwerpse stadsonderwijs maar ook in het gemeenschapsonderwijs. Zo'n procedure betekent controle, aangifte bij de politie, verwittigen van de ouders, gesprek met de ouders en een eenduidige sanctie. Ten derde moeten we ervoor zorgen dat ook de ouders verantwoordelijk worden gesteld. Herhaald wapenbezit moet leiden tot het tijdelijk afnemen van de kinderbijslag. Ik weet dat dit federale bevoegdheden zijn, maar ik vind dat alle aspecten onder één beleid moeten worden gegroepeerd. Ten vierde, op dit moment beperkt uw beleid zich tot de softe aanpak. U overweegt noch preventieve, noch repressieve kordate maatregelen. Ik betreur dat zeer. We komen zo van de regen in de drop. We weten dat er in sommige scholen wapens en messen zijn. In de risicoscholen circuleert allerlei wapentuig. Gelukkig leidt dat zelden tot incidenten als deze. Er moet een meldingplicht komen. Er moet structureel worden opgetreden. (…) Er moet een wettelijk kader komen dat mogelijk maakt dat de schooldirectie kan optreden indien nodig, dat de politie preventief kan optreden en controleren in risicoscholen, dat een eenduidige procedure mogelijk maakt, en dat de ouderlijke verantwoordelijkheid centraal plaatst. Het moet uit zijn met de lakse aanpak uit het verleden. Open uw ogen voor de dramatische ontwikkelingen.”. Minister Frank Vandenbroucke haalde opnieuw de “time-outprojecten”, herstelgericht groepsoverleg en de Jo-Jo’s boven. Hij gaf zijn administratie ook de opdracht een werkbezoek te brengen aan Nederland om te kijken welke aanpak en initiatieven men daar ontwikkelt. Vandenbroucke pleitte ook voor een intense samenwerking met de politie (in elke politiezone een aanspreekpunt voor de scholen) en meer samenwerking tussen de onderwijssector en de welzijnssector, meer bepaald de brug tussen scholen en gemeenschapsinstellingen (residentiële instellingen/gesloten instellingen). Minister Vandenbroucke : “ De vraag is nu hoe we kunnen zorgen voor een goede begeleiding en communicatie. Dat is niet zo eenvoudig. Ik wil in eerste instantie het pure communicatievraagstuk uitklaren, met name: wat betekent het beroepsgeheim van hulpverleners? Hoe ver gaat dat? Wat is het ambtsgeheim in een school waarop de hulpverlener kan vertrouwen om bepaalde zaken te zeggen die niet meteen aan de grote klok worden gehangen? Verder vind ik dat we vooral moeten investeren in brugfiguren tussen de gemeenschapsinstellingen, met name de gesloten instellingen en de scholen. Ik denk er ernstig aan om enkele mensen specifiek te belasten met deze opdracht.”.
Filip Dewinter beklemtoonde tenslotte dat slechts weinig scholen zich spontaan tot de politie richten omwille van de schrik voor de reputatie en dat er hoe dan ook geen eensluidende procedure is : “In de ene school wordt 's morgens een wapen afgenomen en wordt het na de schooluren teruggegeven aan de betrokken leerling, zonder dat daar verder gevolg aan wordt gegeven. In een andere school waarschuwt men de ouders en wordt de betrokken leerling gesanctioneerd. In nog een andere school wordt helemaal niets gedaan, uit angst voor represailles. En dat is juist het probleem. Er moet een eenduidige procedure zijn, die verplicht wordt opgelegd aan alle schoolinstanties, zodat men weet waaraan men zich moet houden. Ik wil eindigen met een opmerking over de ouderlijke verantwoordelijkheid. Daar heb ik u niets over horen zeggen. Wat dat betreft, speelt u natuurlijk een belangrijke rol, hoewel u het instrument - de kinderbijslag - niet in handen hebt. De ouderlijke verantwoordelijkheid is essentieel. De ouders die toelaten dat hun kinderen, al dan niet met hun medeweten - maar zelfs in het laatste geval zijn er toch wel indicaties -, naar school gaan met een wapen, moeten ook verantwoordelijk worden gesteld voor de daden van hun kinderen. Helaas heb ik u daar niets over horen zeggen.”. Minister Vandenbroucke blijft echter zowel een eenduidige procedure via een omzendbrief afwijzen en blijft m.b.t. de ouderlijke verantwoordelijkheid zweren bij de volgens hem alleszaligmakende oplossing van de globale bijzondere jeugdzorg.
|