|
fractie . VL+
@VL+, nr. 22
De “convergentienota” van Verhofstadt staat haaks op het Vlaams Regeerakkoord en is het Egmontpact en Lambermontakkoord in het kwadraat !
Fractievoorzitter Filip Dewinter ondervroeg tijdens het vragenuurtje deze week Minister-president Peeters over “de convergentienota” die premier Verhofstadt aan de onderhandelaars van de Octopuswerkgroep bezorgde.
Filip Dewinter beklemtoonde dat deze nota toch wel in schril contrast staat met de door Peeters meermaals gepropageerde “copernicaanse omwenteling” : “Verhofstadt zegt dat hij de versterking van de federatie wil door middel van convergentiecriteria. U wilt eigenlijk dat de federale overheid zich dienstbaar zou opstellen ten opzichte van de deelstaten en niet omgekeerd. Maar er is meer. Als we de resoluties van het Vlaams Parlement van maart 1999 als uitgangspunt nemen, zien we dat daarin wordt gepleit voor de overheveling van de personenbelasting, voor de overheveling van de gezondheidszorg, van de kinderbijslag en de financiering ervan, voor fiscale autonomie. Dat zijn allemaal zaken die we op geen enkel moment in de negentien bladzijden tellende nota terugvinden.” Filip Dewinter hekelde ook dat Verhofstadt meent dat de Vlamingen het BHV-dossier nog eens moeten “heronderhandelen” : “ Er komt een inschrijvingsrecht voor de Franstaligen uit de Rand in Brussel. En men wil ook zowaar een federale kieskring voor het federale parlement. Daarmee hollen we natuurlijk de splitsing van BHV ongeveer volledig uit. De Franstaligen zullen zich immers niet alleen kandidaat kunnen stellen tot tegen Leuven en Mechelen, ze kunnen dat dan doen in heel Vlaanderen. Het inschrijvingsrecht voor Franstaligen uit de Rand is natuurlijk een aantasting van het territorialiteitsprincipe.”.
De nota Verhofstadt staat in ieder geval haaks op alles wat de meerderheidspartijen in de Vlaamse Regering de voorbije jaren hebben uitgedragen. Desondanks stelde Filip Dewinter bij de verschillende partijen een zeker enthousiasme vast, zelfs bij het CD&V/N-VA-kartel. Minister President Peeters noemde de nota “verdienstelijk” maar vond ook dat ze vanuit het oogpunt van het Vlaams regeerakkoord en vanuit de door Filip Dewinter aangehaalde resoluties van het Vlaams Parlement heel wat “onvolkomenheden” bevatte. Peeters toonde zich zelfs ongerust : “Ik vind het beangstigend dat de Waalse reactie vooral luidt dat de inhoud van de nota onaanvaardbaar is. Een aantal voor ons essentiële elementen zijn immers niet in deze nota opgenomen. Ik vraag me af waar we zullen uitkomen. “.
De Vlaams Belang-fractie in het Vlaams Parlement zal de komende weken en maanden in ieder geval de druk op de ketel blijven houden. Filip Dewinter besloot dan ook : “Onvolkomen is voor mij een veel te brave, veel te zachte uitdrukking als afkeuring van deze nota. Ik ben vooral verontrust door de permanente hypocrisie en spreidstand van de meerderheidspartijen hier ten aanzien van de nota.”.
Grote kleuterklassen blijven een probleem !
Op initiatief van het Vlaams Belang werd er deze week in het Vlaams parlement een debat gehouden over de overvolle kleuterklassen. Het is pijnlijk om zien hoe Minister Vandenbroucke dit jaar uitroept tot “jaar van de kleuter” terwijl zijn met veel bravoure aangekondigde maatregelen een slag in het water bleken. Noodkreten uit het kleuteronderwijs klinken door tot in het parlement. Ten eerste komt Vandenbroucke zijn belofte voor de broodnodige “kleinere” kleuterklassen niet na. Ten tweede kan hij niets bieden om eens een kleuter in de klas zit, die kleuter ook een zinvol leerproces te laten doorlopen in een stimulerende leeromgeving. Ten derde verstopt Vandenbroucke zich achter “evaluaties” die hij in de toekomst gepland heeft, terwijl het signaal nu heel duidelijk en eensluidend doorklinkt. Vlaams Volksvertegenwoordiger Katleen Martens hekelde dat met deze grote klassen en een dergelijke hallucinante taakbelasting van het onderwijzend personeel er geen mogelijkheden meer zijn om kwaliteitsonderwijs op maat aan te bieden. Met andere woorden, wat is de zin van alle kleuters naar de kleuterklas te lokken wanneer ze daar niet aangepast begeleid kunnen worden?
Het cultuurparticipatiedecreet van Minister Anciaux : Vlaams Volksvertegenwoordiger Erik Arckens plaatst kritische en fundamentele kanttekeningen !
Vlaams Volksvertegenwoordiger Erik Arckens hield in de plenaire vergadering bij de bespreking van het veelbesproken en langverwachte cultuurparticipatiedecreet een opgemerkte tussenkomst. Arckens meende dat Minister Anciaux een veel te idealistisch beeld heeft van de emanciperende werking van kunst en cultuur : “Men moet participeren, alleen is onduidelijk waarom of waartoe”. Erik Arckens relativeerde de mogelijkheid van een politiek beleid om cultuurdrempels te verbrijzelen : “Het participatiebeleid zorgt er voor dat het cultuurbeleid in Vlaanderen verengd wordt tot een consumptie- of gezelligheidsparticipatie in plaats van een participatie gericht op ontwikkeling en kwaliteit.”. Arckens betwijfelde of het inderdaad wel zo is dat cultuurparticipatie van burgers hen tot kritische, autonome en actieve deelnemers van een open, democratische samenleving maakt. Het participatiedecreet komt bovendien over alsof iederéén moet participeren. Participatie wordt dus te veel benaderd vanuit een kwantitatieve invalshoek. Een goed participatiebeleid dient uiteraard ook toegespitst te zijn op kwaliteit. Bovendien kan het niet de bedoeling zijn dat het aanbod de vraag gaat overstijgen, een gevaar dat in dit decreet schuilt. Daarnaast is het decreet overgestructureerd. Het verankert organisaties en instellingen. Structuren worden gesubsidieerd en dit zonder garantie op verhoging van participatie. Het uitgetekende participatiebeleid focust zich, met de beste bedoelingen, ook te veel op kansarme groepen alleen. Uiteraard moeten maatregelen genomen te worden voor het wegwerken van participatiedrempels voor bepaalde kansengroepen. Het beleid dient zich echter algemeen te richten op de brede lagen van de bevolking. De voorbije jaren liep participatiebevordering al als een rode draad doorheen de sectorale decreten en initiatieven. Heel wat organisaties werken rond participatiebevordering en boeken daar zeer mooie resultaten mee. Een ander pijnpunt was volgens Erik Arckens dan ook dat door de werking rond bepaalde kansengroepen een positie van concurrentie zou kunnen worden gecreëerd tussen diegenen die via dit decreet zullen worden gesubsidieerd en diegenen die al gesubsidieerd worden.
Het wegenvignet : “a never ending story ?”
Vlaams Volksvertegenwoordiger Jan Penris ondervroeg tijdens het vragenuurtje Minister-President Peeters over de uitspraken van Waals Minister Daerden die voor de zoveelste maal aankondigde (deze keer n.a.v. een kritisch rapport van het Rekenhof over de belabberde toestand van het Waalse wegennet) dat hij een wegenvignet op het Waalse grondgebied ging invoeren. Jan Penris : “Nu hebben we die eenzijdige verklaring van minister Daerden. Hoe gaan we daarmee om? Op 17 januari 2008 wordt over dit onderwerp op Beneluxniveau overlegd. Het is gepast dat we weten met welke argumenten en standpunten de Vlaamse Regering naar dat overleg zal gaan. Zult u vasthouden aan uw oorspronkelijke regeerverklaring en zult u alsnog een wegenvignet op een simpele of gesofisticeerde manier invoeren? Zult u dat niet doen? Zult u, zoals uw voorganger, de heer Leterme, heeft beloofd in Nederland, op een meer beschaafde manier de dingen organiseren en gaat u over tot de invoering van een systeem van rekeningrijden? Of zult u de piste van de heer Daerden volgen? We zouden het graag weten. De tijd dringt.”.
Minister-President Peeters antwoordde dat de Vlaamse Regering op 27 oktober 2007 besliste de weg te volgen van het systeem van een slimme kilometerheffing voor vrachtwagens : “We wilden ervoor zorgen dat er geen sprake zou zijn van een systeem los van Nederland en andere landen. Met de ervaring die we met dat vignet hebben gehad, wilden we maximaal overleg plegen met Nederland en Luxemburg, maar natuurlijk ook met onze Waalse en Brusselse collega's. Het is de bedoeling heel nauwkeurig de problematiek van de vrachtwagens, het rekeningrijden en dergelijke, en de mogelijkheden en modaliteiten om dat in te voeren, te bespreken. Op 16 januari 2008 wordt dus overleg gepleegd met minister Daerden en ook met de Brusselse collega's. Ik ga ervan uit dat we met een gemeenschappelijk standpunt naar dat Benelux-overleg zullen kunnen gaan.”.
Jan Penris benadrukte echter dat alle systemen voor de Vlamingen kostenneutraal moeten zijn : “ Buitenlandse gebruikers zullen moeten betalen. We kunnen extra inkomsten genereren. De eigen ingezetenen en zeker de eigen transportsector mogen niet extra belast worden.”. Tegelijkertijd beklemtoonde hij ook dat het niet is omdat men extra middelen krijgt, dat het wegennet per definitie ook beter onderhouden zal worden : “De overheid, de administratie, heeft ook een verantwoordelijkheid en moet ervoor zorgen dat de aanbestedingsprocedures correct verlopen, dat de werkzaamheden aan de wegen correct worden opgevolgd en dergelijke. Het is niet door het genereren van extra inkomsten dat het wegennet per definitie beter zal worden. De politieke wereld heeft ter zake een grote verantwoordelijkheid en ik denk dat Vlaanderen die iets beter opneemt dan Wallonië, al was het maar omdat het Rekenhof ons nog geen negatieve signalen heeft gestuurd.”.
Vlaams Belang organiseert eerste actie in het kader van de campagne “2008 : tijd voor onafhankelijkheid !” : Parlementsleden krijgen een nieuwe identiteitskaart als nieuwjaarsgeschenk !
De Vlaams Belang-fractie heeft op initiatief van fractieleider Filip Dewinter alle Belgische
parlementsleden bij wijze van nieuwjaarsgeschenk een nieuwe, gepersonaliseerde
identiteitskaart gestuurd. Vlaamse en Brusselse politici kregen een
Vlaamse identiteitskaart, Waalse politici vonden een Waalse
identiteitskaart in hun brievenbus.. De kaarten zien er precies hetzelfde uit als de gewone Belgische identiteitskaart, maar in plaats van 'België' staat er 'Vlaanderen' of
'Wallonië' op".
In een begeleidende brief riep het Vlaams Belang de aangeschreven
politici op om in 2008 werk te maken van Vlaamse of Waalse
onafhankelijkheid. Filip Dewinter : "We willen met deze stunt aantonen dat het mogelijk is
om onafhankelijk te worden in onderling overleg”. De verspreiding van meer dan 600 Vlaamse en Waalse identiteitskaarten aan Vlaamse, Waalse en federale parlementsleden is slechts het begin van een campagne met als slogan “2008: tijd voor onafhankelijkheid!”.
Maar ook gewone burgers kunnen zo'n aangepaste identiteitskaart krijgen. Het Vlaams Belang organiseert hiertoe een mobiele studio en zal tijdens de volgende dagen en weken op verschillende regionale en lokale Nieuwjaarsrecepties geïnteresseerden de mogelijkheid bieden in enkele minuten tijd een dergelijke identiteitskaart te verwerven.
|