|
fractie . VL+
@VL+, nr. 18
Filip Dewinter dient motie in tot uitvoering van een gerichte controleaudit door het Rekenhof mbt de door de kabinetten gegunde consultancy- en expertenopdrachten
Op 28 november 2007 interpelleerde fractieleider Filip Dewinter in de plenaire vergadering Minister-President Peeters naar aanleiding van een reeks antwoorden op schriftelijke vragen over de toekenningen van experten- en consultancyopdrachten aan 28 externe expertenbureaus door de ministeriële kabinetten. Hij stelde vast dat er door de kabinetten een “salamipolitiek” werd gehanteerd teneinde onder het gunningsbedrag van 67.000 euro te blijven, waardoor geen openbare aanbesteding diende te worden georganiseerd, dat er 29 concrete door externe bureaus uitgevoerde opdrachten niet werden gerapporteerd aan het Vlaams Parlement, en dat deze opdrachten in zeer veel gevallen werden gegund aan politiek bevriende ‘expertenbureaus’- vaak speciaal hiertoe opgerichte éénmansbedrijfjes- waardoor het bij ministerieel besluit vastgelegde aantal kabinetsmedewerkers kon worden overschreden.
Het Rekenhof wordt gelast met een onderzoek van beheer bij de ministeriële kabinetten. Zij zijn immers onderworpen aan de controle van het Rekenhof. Aangezien deze reguliere controle echter enkel de voorafgaande betalingen en steeksgewijze proeven behelst, diende Filip Dewinter een motie in tot uitvoering van een gerichte controleaudit over alle toekenningen van consultancy- en expertenopdrachten op alle ministeriële kabinetten van de Vlaamse regering, en dit voor de volledige periode 2004-2007 van deze legislatuur, alsook naar de gunningsdossiers voor opdrachten die de 67.000 euro overstegen.
Filip Dewinter vroeg tenslotte aan de Minister-President dat de Vlaamse Regering zich burgerlijke partij zou stellen indien zou blijken dat naar aanleiding van het informatieonderzoek van het Parket omtrent de misbruiken op het kabinet-Moerman iemand in verdenking zou worden gesteld.
Vlaams Volksvertegenwoordiger Wim Van Dijck : “Inburgeringsbeleid van Vlaamse regering zal weinig resultaten oogsten !’”
Op 22 november 2007 werd de Beleidsbrief Inburgering, die de krijtlijnen van het inburgeringsbeleid voor het komende jaar moet vastleggen, besproken in de commissie van het Vlaams Parlement. Vlaams volksvertegenwoordiger Wim Van Dijck formuleerde de Vlaams Belang-kritiek. Van Dijck stelde dat elk inburgeringsbeleid dweilen met de kraan open is wanneer de massale instroom van nieuwe vreemdelingen niet aan banden wordt gelegd. Wim Van Dijck wees er ook op dat de Vlaamse regering er al te gemakkelijk van uitgaat dat het gevoerde inburgeringsbeleid tot diepgaande maatschappelijke resultaten zal leiden. Het is immers zo dat het overgrote deel van de hier reeds verblijvende vreemdelingen nog steeds niet verplicht wordt een inburgeringscursus te volgen. Bovendien krijgen immigranten die een cursus volgen hiervoor een attest zonder ooit een examen te moeten afleggen. In de praktijk blijkt vaak dat mensen die een inburgeringscursus hebben afgelegd nauwelijks iets hebben bijgeleerd, laat staan dat ze zich onze waarden en normen eigen hebben gemaakt. Wim Van Dijck hield daarop een pleidooi voor een inburgeringsexamen waarbij de immigrant zijn opgedane kennis moet bewijzen. Wim Van Dijck hekelde ook de vele miljoenen subsidies die de Vlaamse regering uitdeelt aan de zogenaamde ‘diversiteitssector’, zeg maar de gesubsidieerde integratiesector. Deze sector verankert allochtonen immers vaak in hun anders-zijn, eerder dan hen te stimuleren om in te burgeren. Tot slot bekritiseerde Van Dijck ook het feit dat de Beleidsbrief de problemen die de radicale islam stelt voor het Vlaamse inburgeringsbeleid volledig onbehandeld laat. Hij verwees daarbij ondermeer naar het voornemen van minister Keulen om in zijn bevoegdheid van Minister van Binnenlands Bestuur 8 moskeeën te subsidiëren, die in vele gevallen de integratie eerder tegenwerken dan stimuleren.
Milieuhandhavingsdecreet goedgekeurd in de Commissie Leefmilieu en Natuur
Vlaanderen kende de afgelopen decennia een wildgroei aan milieuregelgevingen. Hierdoor werden naast de onnodige complexiteit van de Vlaamse milieuwetgeving, de handhavingregels verspreid over verschillende sectorale decreten. Gevolg was natuurlijk dat er weinig uniformiteit was op het vlak van toezicht, strafbaarstelling en strafmaat.
Met het ontwerp van milieuhandhavingsdecreet doet de regering een poging om deze situatie recht te trekken.
Vlaams Volksvertegenwoordigster Marleen Van den Eynde wees minister Crevits en de commissieleden op twee tekortkomingen in het ontwerp. Op de eerste plaats duidde zij aan dat de rechtsbescherming tegen boetes die de overheid kan opleggen bij milieu-inbreuken en milieumisdrijven die de procureur niet wenst te behandelen, gebouwd is op drijfzand. Door hiervoor een uitzonderingsrechtbank op te willen richten dreigt er namelijk vernietiging door het Grondwettelijk Hof. Daarnaast hekelde Marleen Van den Eynde het feit dat de alternatieve boetes die men zou willen opleggen voor milieumisdrijven die de procureur niet wenst te vervolgen rechtsongelijkheid zouden kunnen creëren tussen de verschillende rechtsgebieden in Vlaanderen. Door het verbod op dubbele bestraffing zal er in rechtsgebieden waar de procureur nalaat zijn intenties aangaande de strafrechtelijke behandeling mee te delen immers geen alternatieve boete kunnen worden opgelegd, terwijl in de gebieden waar de procureur meewerkt dit wel mogelijk zal zijn.
De overige bepalingen van het ontwerp konden wel op de goedkeuring van de Vlaams Belang fractie rekenen. Zo werd het onderscheid tussen milieu-inbreuken en milieumisdrijven, dat door het ontwerp wordt ingevoerd, positief genoemd. Voor milieu-inbreuken kiest men voor een administratieve afhandeling terwijl voor milieumisdrijven een strafrechtelijke sanctie blijft voorzien. Door dit onderscheid te maken zullen bepaalde schendingen van administratieve verplichtingen worden gedepenaliseerd.
Het Vlaams Belang en het havenbeleid van de Vlaamse Regering
Vlaams Volksvertegenwoordiger Jan Penris bevroeg de Minister-President over diens havenbeleid. Eerst wilde Penris weten hoe concreet het Scheldeverdiepingsdossier is. Minister bevoegd voor de Vlaamse Havens Peeters antwoordde dat hij ervan uit blijft gaan dat de eerste spade (tot het bekomen van een tijongebonden diepgang van 13,1 m) gestoken zal kunnen worden vóór het einde van het jaar 2007. Penris wilde uiteraard vernemen dat niet alleen op Vlaams grondgebied zou gebaggerd worden, maar ook stroomafwaarts de drempels zouden weggewerkt worden. Peeters antwoordde bevestigend en gaf mee dat in totaal 100 miljoen euro euro op de begroting werd gereserveerd.
Peeters volgde Penris ook in diens stelling dat de internationale verdragen uit 1815 en 1839 (die Vlaanderen alle rechten van doorgang verlenen) het uitgangspunt van de Vlaams-Nederlandse diplomatieke verhoudingen moeten blijven.
Jan Penris wees verder op de Vlaamse goede wil inzake het tunneldossier van Sluiskil. Hier betaalt Vlaanderen de moderne verbinding tussen het oostelijke en het westelijke gedeelte van Zeeuws Vlaanderen. Voor Penris moest daar tegenover staan dat van Nederland de nodige flexibiliteit inzake de aanleg van een bijkomende zeesluis in Terneuzen mocht verwacht worden.
Op vraag van Penris bevestigde Peeters verder dat ook de hinterland ontsluiting van Zeebrugge prioritair bleef voor zijn regering.
De Vlaams Belang-volksvertegenwoordiger brak tenslotte nog een lans voor het behoud van de sociale vrede in de loodsensector, zonder dat dit de concurrentiepositie van in het bijzonder de dokloodsen mocht aantasten. Oud-havensecretaris Dirk De Cort trad de Vlaams Belang-woordvoerder daarin bij.
Marijke Dillen: “Nood aan een eigen, volwaardig welzijnsbeleid aangepast aan de wensen en noden van de Vlamingen”.
Op 20 en 27 november 2007 werd de Beleidsbrief Welzijn, Volksgezondheid en Gezin besproken in de commissie Welzijn van het Vlaams Parlement. Marijke Dillen, Gerd Van Steenberge, Felix Strackx en Eric Tack verwoordden de Vlaams Belang-kritiek. Het Vlaams Belang herinnerde de nieuwe minister aan enkele beloftes die aan het begin van de legislatuur werden gedaan, maar nog steeds niet werden uitgevoerd. Het Vlaams Belang vroeg de Vlaamse regering bijvoorbeeld om initiatieven te nemen voor de invoering van de maximumfactuur voor zorg, die zorgbehoevenden beschermt tegen onaanvaardbare hoge kosten in vergelijking met hun budget en draagkracht. Deze maximumfactuur was beloofd aan het begin aan de legislatuur, maar is nog steeds niet in de praktijk gebracht. Het Vlaams Belang vroeg de Vlaamse regering ook voldoende financiële middelen vrij te maken om de wachttijden in de thuis- en residentiële zorg weg te werken en verhoogde inspanningen te doen om de programmacijfers ter zake volledig in te vullen. De realisatie van bijkomende rust- en verzorgingstehuizen en vooral serviceflats houdt immers geen gelijke tred met de vergrijzing.
Het Vlaams Belang diende na afloop van de besprekingen een motie in waarin de Vlaams Belang-prioriteiten werden uiteengezet. Volgens het Vlaams Belang is een snelle en volledige overheveling van alle bevoegdheden inzake gezin, welzijn en volksgezondheid, inclusief van de hele sociale zekerheid, naar Vlaanderen essentieel om een eigen, volwaardig beleid te kunnen voeren dat aangepast is aan de wensen en noden van de Vlamingen. Nog steeds krijgen al te veel Vlamingen niet de hulp en zorg waar ze recht op hebben. Het Vlaams Belang eist bij hoogdringendheid dat voldoende financiële middelen zouden worden vrijgemaakt om de onaanvaardbare wachtlijsten in de gehandicaptensector weg te werken. Het Vlaams Belang meent bovendien dat de Vlaamse regering eindelijk een antwoord zou moeten bieden aan de demografische problemen waarmee Vlaanderen geconfronteerd wordt. Tenminste zou er een beleid moeten worden gevoerd waarbij gezinnen met kinderen financieel noch professioneel gestraft worden, maar kunnen rekenen op financiële, fiscale en economische ondersteuning en op de uitbouw van sociale voorzieningen die gezinnen met kinderen zo ruim mogelijk bijstaat. Essentieel daarbij is het wegwerken van de wachtlijsten in de kinderopvang.
Minister Keulen wil geen tuchtsanctie opstarten tegen de wnd.burgemeester van Linkebeek.
Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen (Open Vld) gaat nog niet meteen een tuchtsanctie opstarten tegen de waarnemend burgemeester Damien Thiéry van Linkebeek nu daar maandag op de gemeenteraad opnieuw Frans is gesproken. Dat zei Keulen woensdag in het Vlaams parlement op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger en gemeenschapssenator Joris Van Hauthem.
Linkebeek is één van de drie faciliteitengemeenten waar de Franstalige burgemeester door Keulen niet werd benoemd omdat ze de taalwetgeving meermaals hebben overtreden. Afgelopen maandag hebben gemeenteraadsleden in Linkebeek opnieuwFrans gesproken op de gemeenteraad. Keulen herhaalde dat dit in strijd is met de regelgeving. "Wat mijnheer Thiéry ook beweert, er is geen enkele federale wet die dit toelaat" zei hij.
Joris Van Hauthem drong aan op een tuchtprocedure tegen de waarnemend burgemeester. Die
kan uitmonden in een schorsing of afzetting. Maar minister Keulen wil zich "niet laten opjagen". De feiten van afgelopen maandag in Linkebeek zullen worden geïnventariseerd, zei Keulen. "Het komt opnieuw in hun boek. En op zeker ogenblik ga ik opnieuw mijn verantwoordelijkheid nemen", klonk het.
Intussen hoopt hij dat de relatie tussen de gemeenten Linkebeek, Kraainem en Wezembeek-Oppem - waar de burgemeesters niet werden benoemd - en de Vlaamse overheid normaliseren.
Hoe zit het met de toegankelijkheid van bedrijventerreinen?
Op 22 november 2007 kwam Vlaams Volksvertegenwoordiger John Vrancken tussen in de commissie met betrekking tot de Beleidsbrief Economie van Minister Ceysens.
In het kader van het Lokaal Economisch beleid drong John Vrancken er op aan om de nodige initiatieven te nemen om in het overlegcomité het probleem van personenvervoer via een flexibel openbaar vervoer van en naar de industrieterreinen te bespreken en te optimaliseren. Ook vroeg hij of er inzake lokaal economisch beleid er enige aandacht zou worden besteed aan het toenemende aantal gemeentelijke “pestbelastingen” (zoals de belasting op drijfkracht), en er bij de gemeenten op aan te dringen deze af te schaffen.
Wat betreft het luik “groeien – rentetoelage” pleitte John Vrancken voor meer doortastende maatregelen voor ondernemingen die lijden onder verstoorde bereikbaarheid ten gevolge van hinder door openbare werken dan enkel maar de rentetoelage. In het kader van “Ruimte om te Ondernemen” vroeg hij om de brownfields verder te ontwikkelen en te activeren, en om hiertoe de nodige financiële middelen te voorzien om het bodemonderzoek en de sanering van de bedrijventerreinen te financieren (om deze op die manier gemakkelijker en sneller te ontsluiten). Ook vroeg hij om terreinen voor herbestemming of uitbreiding uit te sluiten, indien zij niet aan de toegankelijkheidscriteria (goede toegankelijkheid voor werknemers en ontsluiting naar snelwegennetwerk en spoor- en waterwegen) kunnen beantwoorden. John Vrancken kondigde een motie van aanbeveling aan.
Het Vlaamse wetenschaps- en innovatiebeleid : het halen van de Lissabonnorm wordt twijfelachtig!
Op 28 november 2007 kwamVlaams Volksvertegenwoordiger Frank Creyelman tussen in de Commissie Economie met betrekking tot de Beleidsbrief Wetenschap en Innovatie van Minister Ceysens.
In zijn tussenkomst haalde Creyelman uit naar de ongestructureerde organisatie en complexiteit van het Vlaamse wetenschaps- en innovatiebeleid. Hij stelde ook vast dat er nog aanzienlijke inspanningen moeten geleverd worden om tegen 2010 de Lissabonnorm te halen. Het Vlaams Belang is er een absolute voorstander om er alles aan te doen om deze norm te halen.
Vlaams Belang vraagt eveneens het competitief maken van de loonkosten voor onderzoekers; dit kan vooral door fiscale stimuli, maar Vlaanderen heeft hiervoor nog te weinig middelen in handen. Enkel door een meer doorgedreven fiscale autonomie van de gewesten en daaruit voortvloeiend een regionalisering van de vennootschapsbelasting kan dit gerealiseerd worden. Ook vraagt het Vlaams Belang een betere samenwerking met het onderwijs, teneinde meer wetenschappers uit het onderwijs te laten doorstromen. Ook meer inspanningen voor investeringen in risicokapitaal en meer financiële middelen voor KMO’s inzake octrooien behoren tot de eisen.
Voor deze beleidsbrief werd eveneens door de leden van de fractie in de commissie-economie een motie van aanbeveling aangekondigd.
|