|
fractie . VL+
@VL+, nr. 16
Minister van wachtlijsten pleegt woordbreuk
In het Vlaams Parlement heeft fractievoorzitter Filip Dewinter minister Inge Vervotte ondervraagd over haar aangekondigde overstap naar het federale parlement. Nochtans heeft Vlaams minister-president Leterme bij het aantreden van de Vlaamse regering in 2004 het volgende gesteld: “De CD&V heeft afgesproken dat Peeters, Vervotte en ikzelf de rit in de Vlaamse regering uitdoen en ten hoogste in een ondersteunende rol kandidaat zijn bij andere verkiezingen.” Met de overstap van Vervotte pleegt de CD&V dus woordbreuk. Het gegeven woord van de CD&V en van Leterme blijken niet erg veel waard te zijn. Het Vlaams Belang stelt vast dat de Vlaamse regering opnieuw de reservebank van de federale regering is geworden. Blijkbaar neemt de CD&V de slechte gewoontes van paars over. Van goed bestuur is geen sprake, van electoralisme des te meer. Filip Dewinter hekelde de woordbreuk van de minister en eiste dat ze zou opstappen op het moment van de indiening van de lijsten voor het federale parlement. Vervotte weigerde echter en stelde dat ze pas opstapt wanneer ze haar eed aflegt als federaal parlementslid.
Goedkopere energietarieven blijken loze belofte te zijn
Vlaams volksvertegenwoordiger John Vrancken ondervroeg Vlaams minister van Energie Kris Peeters over de gevolgen voor de energieprijzen van een aantal arresten van het Hof van Beroep te Brussel en over de effecten van de uitbreiding van het nachttarief voor de factuur van de consumenten. Een aantal distributienetbeheerders (intercommunales) zijn immers naar de rechter gestapt omdat ze niet akkoord gaan met de afschrijvingsregels en de waardering van hun activa die de CREG hanteerde bij de vastlegging van de tarieven. De directeur Energieprijzen van de CREG waarschuwde eind maart n.a.v. het arrest van het Hof van Beroep voor hogere elektriciteit- en gasprijzen voor de consument vanaf 2008 en dit door de stijging van de distributienettarieven. Alleen al de aanpassing van de afschrijvingsregels zou vanaf 2008 al de distributienettarieven met zeker 5 % doen stijgen. De distributienettarieven zijn een belangrijk onderdeel van de eindprijs die de verbruiker betaalt.
Tegelijkertijd werd het volgens John Vrancken de voorbije weken duidelijk dat veel klanten met een dubbele meter ondanks de uitbreiding van het nachttarief tot het hele weekend (sinds 1 januari 2007) geen lagere factuur krijgen en zelfs soms meer betalen dan andere verbruikers. Alleen wie meer dan één derde van zijn stroom ’s nachts en in het weekend verbruikt doet een goede zaak met de nieuwe regeling. De energieleveranciers hebben het weektarief immers met 5 tot 15 % verhoogd waardoor dus de voordelen van het goedkope weekendtarief voor veel consumenten zijn weggevallen. John Vrancken beklemtoonde dat zowel de Vlaamse regering als de bevoegde federale minister het vorig jaar voorstelden alsof de uitbreiding van het nachttarief voor veel gezinnen een financiële meevaller zou zijn. De Vlaamse regering nam zich zelfs voor om met de federale energieminister afspraken te maken om te komen tot een beperking van de tarifaire gevolgen van de maatregel. Onnodig te stellen dat de versnippering aan bevoegdheden m.b.t. het energiebeleid geen goede zaak is voor de burger.
Actualiteitsdebat BAM
Op woensdag 18 april vond in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement een door de Vlaams-Belangfractie aangevraagd actualiteitsdebat plaats over de communicatie van de NV BAM (Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel) met het Vlaams Parlement aangaande de ontwikkelingen rond het Masterplan Antwerpen. Vlaams volksvertegenwoordiger Jan Penris onderstreepte hierbij dat de NV BAM maximale transparantie moest bieden over alle aspecten van het Masterplan. Hij vroeg verduidelijkingen over de tegenstrijdigheid tussen het advies van de TV SAM in opdracht van de BAM enerzijds en het advies van de Kwaliteitskamer anderzijds over de ruimtelijke en architecturale kwaliteit op basis van nochtans hetzelfde bestek. Jan Penris stelde ook vragen bij de beslissing van de BAM om op basis van het eerder vermelde advies van de Kwaliteitskamer slechts één bieder toe te laten tot de tweede ronde van de gunningsprocedure voor de bouw van de Oosterweelverbinding, waardoor de BAM in een minder gunstige onderhandelingspositie terecht kwam doordat het concurrentieaspect in deze veel minder kan spelen. Het is in ieder geval duidelijk dat de totale kostprijs voor het Masterplan ondertussen is opgelopen tot bijna 4 miljard euro waarbij de vrees bestaat dat de kost voor de bouw van de Oosterweelverbinding door de beslissingen van de BAM (als gevolg van het optreden van de Kwaliteitskamer) niet blijvend zal kunnen worden geplafonneerd op maximaal 1,85 miljard euro (exclusief financieringskosten).
Jan Penris lag door zijn optreden mee aan de basis van de door het Vlaams Parlement aan het Rekenhof gevraagde procesaudit omtrent de door de BAM gevolgde procedures.
Nieuwe huurwet Onkelinx zal leiden tot huurprijsstijgingen, regionalisering van het huurbeleid is een noodzaak
Een nieuwe federale huurwet van minister Onkelinx beoogt de verplichte affichering van de huurprijs en gemeenschappelijke kosten, de vermindering van de huurwaarborg en de verplichting van schriftelijke huurovereenkomsten. De nieuwe wet kwam zeer snel tot stand, zonder enig overleg met verhuurder- of huurderorganisaties. Deze organisaties leveren nu zware kritiek op de wet. Over het algemeen bestaat de verwachting dat de huurwet aanleiding zal geven tot forse huurprijsstijgingen. Aangezien de huurprijzen nu reeds vaak onbetaalbaar zijn voor de minst verdienenden, zal de nieuwe huurwet vele duizenden Vlamingen dwingen zich tot de sociale huisvesting te richten. Vlaams volksvertegenwoordiger Hilde De Lobel (Vlaams Belang) ondervroeg hierover Marino Keulen de Vlaamse minister bevoegd voor Wonen. Onkelinx had minstens overleg moeten plegen met Vlaanderen. Hilde De Lobel pleitte voor de regionalisering van de huurwetgeving, zodat er eindelijk een eenduidig huurbeleid zou kunnen gevoerd worden. Minister Keulen antwoordde dat hij “niet de rekening wou maken van minister Onkelinx”, maar hij steunde Hilde De Lobel in de eis voor een regionalisering van de huurwetgeving en stelde zelfs: “Dat leeft nu bij alle partijen en ik zie dat ook gebeuren na de verkiezingen”. Of men er aan de overzijde van de taalgrens ook zo over denkt, is uiteraard een andere vraag.
Opzettelijke onrechtvaardigheden
Vlaams volksvertegenwoordiger Felix Strackx heeft in het parlement de onrechtvaardige registratierechten aangeklaagd. In eerste instantie vermoedde ons parlementslid dat er in de wetgeving een aantal onvolkomenheden zaten. Zo is er de regel dat men bij aankoop van een huis met klein beschrijf (5% registratierechten) minstens 3 jaar ononderbroken in de gekochte woning moet wonen, anders dient men 5% registratierechten bij te betalen. Betaalde registratierechten zijn binnen het Vlaams Gewest levenslang meeneembaar, behalve voor de bijkomende 5% in de categorie van huizen met klein beschrijf.
Eveneens is het onrechtvaardig dat de vrijstelling van successierechten tussen gehuwden en samenwonenden vanaf 1 januari 2007 enkel geldt voor de gezinswoning en niet voor roerende goederen zoals het Vlaams Belang voorstelde. De vrijstelling geldt eveneens niet voor koppels die hun huis aan het bouwen of verbouwen zijn, maar er nog niet wonen. Hetzelfde voor de categorie van beroepsmilitairen die omwille van hun werkverplichtingen niet in hun eigen huis wonen. Al deze categorieën betalen de volle pot.
Volgens de bevoegde minister gaat het niet om vergetelheden. Het zijn dus bewuste, opzettelijke onrechtvaardigheden!
Oprichting Internationaal Bureau Fraude-Informatie
Vlaanderen en de ondergeschikte besturen zijn bijzonder gul i.v.m. het verlenen van sociale voordelen aan niet-Belgen. Voor hun huisvesting kunnen niet-Belgen aanspraak maken op een sociale woning of een huurwoning bij een sociaal verhuurkantoor. Zij kunnen ook sociale leningen verkrijgen. Eveneens kan men aanspraak maken op tal van premies. Bij de gemeente kan men een bestaansminimum verkrijgen. Bovendien zijn er nog andere gemeentelijke of provinciale voordelen.
Aan het verkrijgen van deze sociale voordelen zijn vanzelfsprekend voorwaarden verbonden. Zo mag men geen woningen in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik hebben in binnen- en buitenland. Dezelfde voorwaarde geldt wanneer men een woning wil huren van een sociaal verhuurkantoor of aanspraak wil maken op een huursubsidie. Voor het bekomen van een verbeterings- en renovatiepremie of de huursubsidie zijn er inkomensgrenzen. Soms hangt de grootte van het voordeel ook af van het inkomen van de aanvrager: de huurprijs van een sociale woning wordt mee berekend op basis van het inkomen en ook de huursubsidie is afhankelijk van het inkomen. Om misbruik na te gaan bestaat er in Nederland reeds enkele jaren een Internationaal Bureau Fraude-Informatie (I.B.F.) dat werkzaamheden verricht, ook voor gemeenten. Gemeenten kunnen bij het I.B.F. verzoeken doen omtrent vermogensonderzoek in het buitenland. Het Vlaams Belang heeft via een voorstel van decreet voorgesteld om ook in Vlaanderen een Internationaal Bureau Fraude-Informatie op te richten. Dit bureau heeft de taak misbruik van de door het Vlaamse Gewest, het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen, de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de sociale huisvestingsmaatschappijen en de ondergeschikte besturen toegekende sociale voordelen op te sporen in het buitenland. Ook gemeenten moeten de mogelijkheid worden geboden onderzoeken te laten doen in het buitenland. Gemeenten beschikken niet over de nodige expertise om dergelijke onderzoeken in het buitenland zelf te doen. Zulk een dergelijk onderzoek is overigens kostbaar en tijdrovend.
|