|
|
![]() ![]() maandag 06 februari 2012 |
| Start Nieuws Persberichten Dossiers Kritisch bekeken Publicaties Multimedia Onze parlementsleden Programma |
|
fractie . column
Opel: Vlaamse jobs in Vlaamse handen
04.02.2010 - Mijnheer de Minister-President, Vorige week is de stralende “A” van Antwerpen veranderd in een doffe “O”: de “O” van het Opel-drama, van onbegrip, van ontzetting, van onmacht, van onvermogen. Reilly is langzaam maar zeker een naam die in Antwerpen als een scheldwoord klinkt. Reilly is de verpersoonlijking van de door liberalen zo geroemde globalisering van de economie, van het blinde meedogenloze roofdierkapitalisme dat alleen rekening houdt met winsten, nooit met mensen. De Vlaamse Regering heeft zich de voorbije weken uitgeput in het uiten van haar frustratie, woede, teleurstelling over het Opel-débâcle. Empathie is goed en noodzakelijk maar helaas kopen de werknemers van Opel-Antwerpen hier weinig voor. Want laten we het hier nog maar eens duidelijk meegeven: het Opel-drama van vandaag is er een dat bovenop een lang reeks van tegenslagen voor de Antwerpse regio komt. De traditionele sterkhouders van de economie van onze metropool, chemie en petrochemie, diamant en haven, hebben de laatste maanden en jaren allemaal al flink in de klappen gedeeld. Het wordt dus tijd voor actie, en ditmaal liefst gerichte en efficiënte actie. De tijd van windowdressing, van rondetafelconferenties, en soms ook van het verspreiden van gebakken lucht, de speeltijd, met andere woorden, is nu echt wel voorbij. De werknemers van Opel en de vele toeleveringsbedrijven hebben naast de sociale begeleiding en onze morele steun vandaag in de eerste plaats nood aan een nieuw toekomstperspectief. En als er nu één ding is dat we deze regering verwijten dan is het wel dat zij alle betrokkenen, dit parlement, maar zeker ook de werknemers die vandaag op straat staan, te lang in de waan hebben gelaten dat het allemaal nog wel goed zou kunnen komen. Deze regering vond dat “optimism a moral duty” was, en weigerde dus hardnekkig te spreken van een plan B. En nu het Opel-drama zijn finale heeft bereikt, blijkt dat er wellicht nooit een plan B is geweest ! Wie de signalen uit de sector goed wist te duiden, had al lang kunnen weten dat de kans op een slechte afloop meer dan bijzonder groot was. Mag ik verwijzen naar de bekende expert inzake de auto-industrie, Vic Heylen, die vrijdag jongstleden op de radio zei : “Als uw huisbaas uw huur opzegt, dan moet ge niet wachten tot ge het huis uit moet om een nieuwe woning te zoeken.”. Wie wou doen alsof de kaarten voor Opel Antwerpen nog niet definitief geschud waren, kon uiteraard over een plan B voor de site zwijgen, maar hij moest minstens wel zo’n plan B hebben voor het moment dat de storm zou zijn losgebarsten. De overcapaciteit, de delokalisatie naar Zuid-Korea en onbetrouwbaarheid van Reilly, de grotere financiële slagkracht van de Duitsers, de toegevingen aan de Amerikaanse moedermarkt, het falende EU-apparaat en de hypocrisie rond de zgn. “Europese solidariteit”, de loonkostenhandicap, enz… Laat dit nu allemaal nu juist de factoren zijn waar deze Vlaamse regering WEL rekening had moeten mee houden. Dan blijven volhouden dat het allemaal nog wel goed zou kunnen komen, getuigt van een cynisme waar Reilly niet moet voor onderdoen. Want op donderdag 21 januari 2010 is finaal gebleken dat de Vlaamse regering zich volledig heeft verkeken op de werkelijkheid. Mijnheer de Minister-President, U wilde zich de voorbije maanden profileren als de behoeder én redder van de Antwerpse Opel-vestiging. Geen enkele moeite was u schijnbaar teveel : overleg met andere regionale regeringen, 300 miljoen euro garanties voor het openhouden van de fabriek (+ 200 miljoen sales-and-leaseback), druk op GM, lobbywerk bij de Europese Commissie, enz… Het bleek allemaal veel geblaat om weinig wol want uiteindelijk bleken al deze goed bedoelde initiatieven tevergeefs. Van de Europese Commissie moet u trouwens – zeker voorlopig – niet veel verwachten. De Europese Commissie kan voorlopig blijkbaar zelfs het businessplan van Opel niet opeisen omdat ze daar de rechtsgrond niet voor heeft. Mijnheer de Minister-President, U probeert nu met de Vlaamse Regering - via de procedure opgenomen in de Wet-Renault -opnieuw tijd te kopen. Hierbij laat u het initiatief blijkbaar over aan de vakbonden. Het zijn zij die blijkbaar een “plan B” moeten uitwerken en voorstellen. U beperkt zich tot het ter beschikking houden van 300 miljoen euro garanties en 200 miljoen euro voor een mogelijke sales-and-lease back operatie. “Irrelevant”. Maar waarom niet zelf als regering ten volle gaan voor een ambitieus alternatief – hierbij geruggesteund door de Vlaamse know how. Collega Jan Penris heeft dat in het verleden al bij herhaling proberen duidelijk maken. U kent de troeven van de Antwerpse vestiging : goed opgeleide en gedreven medewerkers, een hypermoderne plaatslagerij, een grote productiviteit en flexibiliteit. Waarom stuurt u dan als Vlaamse Regering zelf geen deskundige vertegenwoordiger op pad die wereldwijd potentiële investeerders kan overtuigen om met Antwerpen in zee te gaan ? Er zijn voorbeelden in het buitenland en dan verwijs ik naar het Nederlandse NedCar, voluit Netherlands Car B.V., in Nederlands Limburg. Enkele jaren geleden ging de Nederlandse overheid een joint venture aan met Mitsubishi en Volvo voor de productie van een aantal modellen van beide fabrikanten. Pas tien jaar later werd Mitsubishi dan voor 100 % eigenaar van het bedrijf. Het was dus de Nederlandse overheid die tien jaar lang participeerde in de enige grootschalige autofabriek in Nederland. Waarom neemt u hier geen voorbeeld aan en zorgt u niet via een soortgelijk initiatief dat Vlaamse jobs in Vlaamse handen blijven ? Waarom bent u niet geïnteresseerd in de opstart van een “Flanders Car Assembly” ? Hierbij zou de Vlaamse overheid mee kunnen participeren in de aankoop van een autofabriek waar nichewagens zouden worden gebouwd met de gespecialiseerde know-how die in Vlaanderen voorradig is met daarnaast een klassiek model voor een groter merk dat voor de nodige produktiecapaciteit kan zorgen. Het is in dat verband juist een geluk bij een ongeluk dat het Antwerps Havenbedrijf in geval van verkoop van de Opel-gronden over een voorkooprecht beschikt. De goede wil van deze instelling kennende mogen we ervan uitgaan dat zij dit voorkooprecht zal uitoefenen om de site voor versnippering te behoeden en het groter geheel te kunnen overmaken aan zo’n toekomstgericht project. Een en ander betekent wel dat Vlaanderen terug middelen moet willen inzetten voor een belangrijk industrieel project. In het verleden deed het dat ook. Ik denk aan Telenet. Mijnheer de Minister-President, Het is jammer dat dit soort offensieve en radicale keuzes niet meer worden gemaakt. Waarom worden samen met privé-investeerders niet enkele honderden miljoenen euro’s gemobiliseerd ? Er is immers nog wel degelijk een toekomst voor de autoindustrie in Vlaanderen. Ford Genk produceert bv. drie modellen in exclusiviteit en de Gentse Volvo-vestiging presteert zelfs beter dan de Zweedse zusterfabriek via het succes van de kleinere modellen met milieuvriendelijke motoren. Maar deze succesverhalen kunnen maar bestendigd en herhaald worden wanneer aan een aantal randvoorwaarden blijvend wordt voldaan. De strategische ligging van Vlaanderen moet optimaal worden gehouden door blijvende investeringen in havens en andere transportinfrastructuur, door het vereenvoudigen en verduidelijken van ons wettelijk kader en door het op peil houden van ons onderwijs. Maar daarnaast is het ook duidelijk dat de zaak Opel een zoveelste wake-up call is voor de Vlaamse Regering ! Het wordt immers steeds duidelijker dat de Vlaamse industrie in het Belgische carcan steeds meer onder druk komt te staan. We hadden het eerder al over de loonkostenhandicap. Feit is dat Duitsland vanaf 2000 sterk beginnen werken is aan competitiviteit en industriebeleid. De Duitse loonkosten per eenheid product in de industrie verbeterden spectaculair t.o.v. België. België blijft ondanks alle retoriek over de lastenverlagingen van de voorbije jaren het duurste land voor industriële productie ! De uurloonkost in de autoassemblage-industrie liggen hier bv. drie euro hoger dan in Duitsland. De weigering van GM om ermee door te gaan in ons land kadert in een bredere trend. We scoren steeds slechter als het op internationale investeringen aankomt. Bijzonder onrustwekkend is dat we als investeringslocatie niet alleen terrein verliezen ten koste van lageloonlanden maar ook en vooral ten opzichte van andere Europese landen. De complexe regelgeving, de weinig flexibele arbeidsmarkt, hoge belastingen en loonkosten blijven de handicaps bij het aantrekken van buitenlandse investeringen. Als Vlaanderen een geloofwaardig industriebeleid wil kunnen voeren (en dan hebben we het over veel meer dan de auto-industrie) zal het ook over de hefbomen van een volwaardig arbeids- en fiscaal beleid moeten kunnen beschikken. Maar moeten we van de Waalse politieke leiders meer doen in dit land meer nodig dan het plengen van krokodillentranen die hun politieke kopmannen vandaag storten naar aanleiding van de Opel-sluiting in Antwerpen. Dan verwachten we van hen, maar ook van deze Vlaamse regering, die zegt het goed voor te hebben met de industriearbeiders, en van de Vlaamse politieke partijen de moed en de bereidheid snel werk te maken van het opeisen van deze bevoegdheden en derhalve te splitsen wat al lang gesplitst had moeten zijn. Mijnheer de Minister-President, De conclusie is duidelijk…De Vlaamse regering heeft “te weinig en te laat” gereageerd. U mag het dossier niet doorschuiven richting Europa; u mag niet wachten op de vakbonden maar zelf een alternatief plan uitwerken dat niet mag beperkt blijven tot het inzetten op de wet Renault. Er is plaats voor een volwassen auto-industrie in Vlaanderen. Met creativiteit en vastberadenheid kan de Vlaamse regering naar Nederlands voorbeeld zelf via “Flanders Car Assembly” samen met Vlaamse privé-investeerders het heft in eigen handen nemen en “Vlaamse jobs in Vlaamse handen houden”. Filip Dewinter |
![]() |
| © 1997 - 2012 Vlaams Belang |