vrijdag 10 september 2010
Start Nieuws Persberichten Dossiers Kritisch bekeken Publicaties Multimedia Onze parlementsleden Programma
fractie . persberichten
Aanstelling 52 Vlaamse regeringscommissarissen verlopen zonder algemeen kader

Regeringscommissarissen zijn vooral politieke “vertrouwelingen” en kabinetsmedewerkers van ministers

Vlaams Belang-fractie vraagt generieke regelgeving, gedragscode en formele criteria voor de aanstelling van regeringscommissarissen

18.02.2010 - Enkele weken geleden bleek uit een onderzoek van het Rekenhof over de diverse vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering bij diverse openbare rechtspersonen (gepubliceerd in het Rekeningenboek 2007) dat men o.a. geen zicht had op hoeveel afgevaardigden en commissarissen precies actief zijn in de Vlaamse overheid. 


Uit het antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams Volksvertegenwoordiger Johan Deckmyn blijkt dat er namens de Vlaamse overheid momenteel 52 regeringscommissarissen en afgevaardigden actief zijn. 


Hierbij wordt tevens bevestigd dat er momenteel geen algemeen reglementair kader bestaat waarin formele criteria voor de aanstellingen van regeringscommissarissen van de Vlaamse Regering zijn vastgesteld. Men moet over een  “inhoudelijke deskundigheid” beschikken en - aangezien het om een  “vertrouwensfunctie” gaat -  het  “vertrouwen” genieten van de bevoegde minister. De aanstellingen gebeuren telkens op voordracht van de bevoegde minister. De minister oordeelt dus naar eigen goeddunken of iemand al dan niet geschikt is om de toezichtstaak van regeringsafgevaardigde op zich te nemen !


De meeste regeringscommissarissen zijn dan ook in hoofdberoep kabinetsmedewerker, parlementair medewerker of ambtenaar. Anderen cumuleren met bestuursmandaten in andere publieke organisaties en/of privéorganisaties. Sommige commissarissen bekleden een politiek mandaat. 


Bij de vergoedingen en bezoldigingen valt op dat er maar een beperkte éénvormigheid geldt. Voor de regeringsafgevaardigden bij de publiekrechtelijk vormgegeven EVA’s (extern verzelfstandigde agentschappen) is het vergoedingssysteem wel generiek vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2007. De hoogte van de vergoeding (vaste vergoeding op jaarbasis en een presentiegeld per vergadering van de raad van bestuur) is afhankelijk van de categorie waarin het betrokken agentschap is ingedeeld in voormeld besluit van de Vlaamse Regering. Voor de regeringscommissarissen bij andere instellingen en ondernemingen zoals de privaatrechtelijke EVA’s  wordt de vergoeding dan weer geregeld via het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 1988. Ook hier hangt de vergoeding weer af van de categorie waaronder de instellingen werden ingedeeld.


Voor de Vlaamse regeringscommissarissen bij andere instellingen en ondernemingen die niet onder de Vlaamse Regering behoren wordt de vergoeding geregeld via afzonderlijke ad hoc-besluiten van de Vlaamse Regering. 


Bij de instellingen voor hoger onderwijs (universiteiten, hogescholen, associaties, enz…) genieten de regeringscommissarissen blijkbaar van de wedde van een gewoon hoogleraar. Eén van deze regeringscommissarissen cumuleert het voltijds ambt van regeringscommissaris ook met een uitvoerend politiek mandaat (schepen in de gemeente Oosterzele). 


Voor het Vlaams Belang is het duidelijk dat de afwezigheid van een generieke regelgeving vragen kan doen rijzen op het vlak van goed bestuur, integriteit, gevaar van partijdigheid of schijn van partijdigheid. Er bestaat momenteel ook geen gedragscode voor de regeringsafgevaardigden. 


Vlaams Volksvertegenwoordiger Johan Deckmyn zal dan ook samen met Vlaams Volksvertegenwoordiger Erik Tack een voorstel van resolutie indienen waarin de Vlaamse Regering wordt gevraagd onverwijld een generieke regelgeving en gedragscode voor de regeringscommissarissen uit te werken.



Filip Dewinter
Fractievoorzitter

© 1997 - 2010 Vlaams Belang