|
fractie . nieuws
Vlaams volksvertegenwoordiger Gerda Van Steenberge over de hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen
15.07.2010 - Tussenkomst Vlaams volksvertegenwoordiger Gerda Van Steenberge in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement in het debat met betrekking tot de maatschappelijke beleidsnota over de hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen:
Voorzitter, minister, collega’s, ik zal het kort houden. Het is warm voor iedereen, het is mooi weer. Ik ben deze morgen ook al uitgebreid aan het woord geweest.Ik heb aan de voorzitter gevraagd om als laatste te mogen spreken om twee redenen. Mevrouw Heeren en ik hebben een zeer uitgebreid verslag gegeven. Ik wilde de sprekers horen om te weten of het verslag wel duidelijk genoeg was en of iedereen het wel heeft begrepen. Ik ben een beetje teleurgesteld. Ik ben teleurgesteld in bijvoorbeeld collega Bouckaert, die ik ten andere zeer apprecieer. Ik ben teleurgesteld in het feit dat hij het voorstel van LDD weergeeft als het voorstel van de Vlor. Mevrouw Moerman heeft het ook al gezegd: de Vlor geeft duidelijk vier pistes en heeft geen uitspraken gedaan. (Opmerkingen van de heer Boudewijn Bouckaert) Dat is in het verslag duidelijk gesteld: mevrouw Heeren is gestart met vier stellingen van de Vlor. U zegt nu dat de stelling die u poneert, de keuze is geweest van de Vlor. (Opmerkingen van de heer Boudewijn Bouckaert) Dan heb ik het verkeerd begrepen en hebben alle collega’s die met het hoofd aan het schudden waren, het allemaal verkeerd begrepen.
De heer Boudewijn Bouckaert: Ik heb de Vlor aangehaald. De Vlor heeft de zwaktes en de sterktes aangehaald, de SWOT-analyse (strengths, weaknesses, opportunities, threats). Ik heb, dat hebt u misschien in uw oren geknoopt, de SWOT-analyse van mijn optie, behoud van de bestaande toestand, weergegeven. Ik heb de SWOT-analyse van mijn voorstel, die de Vlor heeft gemaakt, voorgelegd en geciteerd. Ik heb gezegd: als ik de zwaktepunten van de Vlor over mijn voorstel kan weerleggen, dan zijn we er. Ik heb niet gezegd dat de Vlor aan mijn kant staat. Mocht dat uw indruk zijn: dat is niet zo. De Vlor heeft zich inderdaad niet uitgesproken maar heeft drie opties naast elkaar gelegd. Als dat een misverstand zou zijn geweest, is dat hiermee uit de wereld geholpen.
Mevrouw Gerda Van Steenberge: Dank u wel. Dan is mijn uiteenzetting al voor een groot gedeelte geslaagd, mijnheer de voorzitter, want er is iets uitgeklaard. Ook spijtig vind ik de uiteenzetting van Groen!. Over de democratisering ben ik uitdrukkelijk gestart met te zeggen dat er uiteenzettingen zullen zijn – en ik had het op u, mevrouw Meuleman, ik heb uw voorstel van resolutie gelezen – waarin wordt gezegd dat het nogal beperkt opgevat wordt. Wij hebben in de commissie duidelijk urenlang over democratisering gediscussieerd. Wat u nu stelt, is niet de conclusie die de commissie heeft genomen. Dat wil ik duidelijk stellen. Ik wil ook een aantal opmerkingen maken, maar zeer beperkt, want al mijn opmerkingen heb ik gegeven in de commissie, en zeer uitgebreid. Ik vond dat de plaats waar dat moest gebeuren. Ik wil enkele dingen benadrukken omdat er nu al in de kranten, die vandaag massaal aanwezig zijn, verkeerde dingen staan. Zo staat er nu al in de krant: “Fientje Moerman is trots op de grote overeenstemming die ze bereikte.” Dat klopt. “Alleen Vlaams Belang, Groen! en LDD volgen niet helemaal.” Dat klopt niet. Mevrouw Moerman, ik zeg niet dat dat uw woorden zijn, het staat zo in de krant. Enkel Groen! en LDD zijn niet gevolgd. Ook het Vlaams Belang heeft met alle beleidsstellingen ingestemd en erover gediscussieerd. Het heeft eigen finaliteiten gelegd maar ging akkoord met de integratie. Een volgend punt dat ik wil aanhalen, is de definitie van integratie. Ook de heer Bouckaert spreekt soms nog over inkanteling en zegt dat de meeste partijen gaan voor een volledige integratie. Wij hebben duidelijk gesteld dat ons integratiemodel geen volledige integratie is. In de eerste beleidsstelling worden vier punten aangehaald om te zeggen wat met integratie wordt bedoeld. That’s it. Dat is de integratie die wij bedoelen, namelijk: de universiteiten krijgen de verantwoordelijkheid over de uitreiking van de diploma’s, het onderwijs en het onderzoeksbeleid met betrekking tot deze opleidingen, de kwaliteitszorg voor onderwijs en onderzoek en het personeelsbeleid over het personeel aangesteld in deze opleidingen. Dat is niet een volledige integratie en zeker geen inkanteling. Wij hebben ook dikwijls in de commissie gezegd dat voor ons integratie mogelijk was mits er voldoende randvoorwaarden zouden worden opgenomen. Die zijn naar onze mening voldoende opgenomen in de eerste beleidsstelling van de commissie. Een ander punt dat ik wil aanhalen, is dat van de internationalisering. Voor ons is het zeer belangrijk dat eerst zeer goed onderwijs wordt geboden aan onze eigen studenten. Ons onderwijs mag niet aan kwaliteit inboeten voor de internationalisering. Daarom is het voor ons zeer belangrijk dat iedereen minstens onderwijs in het Nederlands kan genieten. We wilden echter ook niet wereldvreemd zijn. In de krant staat eveneens dat er tot nu toe in het Vlaams Parlement forse tegenstellingen bestonden over de versoepeling van de wetgeving met betrekking tot de onderwijstaal. De N-VA zou eigenlijk niets willen veranderen aan de wet, Open Vld veel, en de andere partijen zouden daar wat tussenin zitten. Ook dat klopt niet. Het is niet zo dat de N-VA eigenlijk niets wou veranderen en wij zaten er ook niet tussenin. We vonden het heel belangrijk dat het Nederlands behouden bleef en dat de equivalentieregel ook behouden zou blijven als principe, maar niet meer per provincie en wel over de hele Vlaamse Gemeenschap. Laten we immers eerlijk zijn: Vlaanderen is niet groot. Mijnheer Bouckaert, u hebt gesteld dat het toch niet kan dat studenten op 30 kilometer van hun universiteit les gaan volgen. Wat is nu in godsnaam nog 30 kilometer? We hebben het over internationale mobiliteit. Laten we beginnen met de interne mobiliteit. 30 kilometer is niet veel. Een belangrijk punt was ook dat van de kunsten. Ik ben blij dat de commissie knopen heeft doorgehakt. De heer Bouckaert heeft het al aangehaald: we denken dat de kunsten wel creatief genoeg zullen zijn om een nieuwe naam te vinden voor de school of arts. De Nederlandse taal is rijk genoeg om iets te vinden voor die benaming. We gaan ook akkoord met een uitbreiding met 30 studiepunten voor de bacheloropleidingen. Dat is het standpunt van het Verbond der Vlaamse Academici (VVA), verwoord door professor Fleerackers, die het strengst was wat taal betreft. Democratisering betekent toegankelijkheid, en voor ons moet die er niet alleen door taal zijn, maar ook door de regionale spreiding van de opleidingen op bachelorniveau. Integratie betekent ook niet dat alle masteropleidingen nu de facto moeten worden gegeven in Gent, Leuven, Antwerpen of Brussel. Zo blijft de Kortrijkse campus behouden. Hogescholen geven nu ook academiserende opleidingen. Mijnheer Bouckaert, ze doen dat inderdaad heel goed. Die opleidingen moeten daar ook blijven. We pleiten dus ook voor een regionale spreiding van de geacademiseerde opleidingen. Ik denk dat de heer Durnez daarop heeft gehamerd. Ik zie nu met genoegen dat er een amendement is ingediend. We zullen dat amendement dan ook goedkeuren. Levenslang leren wordt enorm belangrijk. Iedereen zal zich voortdurend moeten bijscholen en bijleren. Er moet dan zeker voldoende nadruk worden gelegd op een samenwerking tussen bedrijven en het onderwijs. Tegelijk moeten de eigen profielen van de professionele bachelors en de geacademiseerde bacheloropleidingen behouden blijven. Dat is hier ook al meermaals aangehaald. Ook zeer belangrijk voor ons is het tijdspad, het gelijk oversteken, zoals we dat noemen. Ik heb het al gezegd in de commissie: de voorafnames die sommige universitaire instellingen al deden, hebben me de haren ten berge doen rijzen. Sommige voorafnames waren denigrerend voor de werking van de commissie. Voorzitter, we hebben ons eindpunt bereikt, met de moties van aanbeveling. Er zijn drie moties van aanbeveling ingediend. De motie van LDD zullen we niet goedkeuren, niet alleen wegens de beperkte integratie, maar ook omdat erin wordt gewaagd van een gedifferentieerd inschrijvingsgeld. Wij kunnen daar niet mee akkoord gaan. Ik was wat verbaasd toen ik de motie van Groen! zag. Mevrouw Meuleman, ik vroeg me immers af welke invloed al die hoorzittingen nu in feite op u hebben gehad. U bent 3 maanden geleden begonnen met een stelling en u eindigt nu opnieuw met die stelling. Al die hoorzittingen hebben dus weinig zin gehad. U leest ook niet goed wat er in de beleidsnota en in ons verslag staat.
Mevrouw Elisabeth Meuleman: Mevrouw Van Steenberge heeft daarnet haar interpretatie gegeven van het onderdeel van de beleidsnota met betrekking tot democratisering. Ze heeft gezegd: “Democratisering betekent regionale spreiding en toegankelijkheid door taal”. Het feit dat zij er deze definitie en deze invulling aan kan geven en dat wij een totaal andere invulling willen geven, toont mijn punt aan dat er nog heel wat speelruimte is. Wij vinden het belangrijk om op die speelruimte onze stempel te drukken en in een bepaalde richting te sturen. Dat is wat ik heb proberen te doen. Ik word nu van een soort gigantische ontrouw beschuldigd. Ik vind dat overdreven. Er zijn punten die ik goed vind, maar ik vind een heel aantal zaken, zoals ik al zei en benadrukt heb, vaag en vrijblijvend. Ze moeten voor ons een duidelijke decretale invulling krijgen en daar heb ik voor gepleit. Het moet verder gaan en er moet een fundamentele hervorming op het vlak van democratisering komen. Ik heb dat in de commissie een aantal keren benadrukt en ik heb dat nu herhaald zonder grootse, nieuwe dingen uit mijn duim te zuigen. Dat bewijst dat ik een zekere vorm van trouw heb, maar ook kritische bedenkingen. Mevrouw Van Steenberge, ik denk dat dat mijn goed recht is.
Mevrouw Gerda Van Steenberge: Natuurlijk, u geeft een definitie van wat ik zou gezegd hebben over democratisering. Ik wil nog eens benadrukken: ik ben in de verslaggeving uitdrukkelijk blijven stilstaan bij democratisering. Ik wil ook zeggen dat ik sta achter alles wat daar gezegd is. Ik wou benadrukken dat niet alleen taal voor ons belangrijk is voor democratisering, maar ook een regionale spreiding. Ik haal het aan omdat het amendement hier is rondgedeeld. Wij staan volledig achter het voorstel van Open Vld, sp.a, N-VA en CD&V. Ik heb zelf geen voorstel van resolutie ingediend omdat die partijen heel duidelijk weten dat wij dezelfde mening delen. Ik heb tijdens de allereerste commissievergadering – er werd toen een vergelijking gemaakt met de commissie Maatschappelijke Versnelling – aan de leden gevraagd of het de bedoeling was om dezelfde werkwijze te hanteren en ook op het einde te komen zeggen aan mij dat ik niet mee mag tekenen. Men zei: “Neen, we zullen wel zien. U werkt mee. We zullen zo zeker niet tewerkgaan”. Alles is constructief verlopen, maar uiteindelijk mag ik het voorstel van resolutie niet mee tekenen. Ik dacht: “Boos word ik niet, dat is al lang voorbij”. Ik was eerst wat misnoegd en dacht om mijn minachting te laten zien, want het getuigt toch wel van kortzichtigheid of misplaatste arrogantie. Nee, ik ga het niet doen. Voor mij, collega’s, telt niet het feit dat ik mijn handtekening mag zetten onder een resolutie of niet. Voor mij telt de inhoud. Ik ben verkozen omwille van inhoud en niet om handtekeningen te plaatsen of in de pers te gloriëren. Wij staan volledig achter het voorstel van resolutie. We gaan ons ook niet als statement onthouden, ook ik niet. Wij gaan het volop steunen en goedkeuren. (Applaus)
|